Journalisten tergen
Er zijn tientallen manieren om journalisten het zwijgen op te leggen, en ze worden allemaal gebruikt. De meest grove vorm is natuurlijk de regelrechte moord, een methode die dit jaar volgens Reporters Without Borders (RWB) al negen keer is toegepast, maar in werkelijkheid waarschijnlijk veel vaker. Zo werden alleen al in Honduras zes journalisten vermoord: op 16 april de 22-jarige radiojournalist Luis Antonio Chévez Hernández en in maart vijf van zijn collega’s. Journalistiek is in dit Midden-Amerikaanse land letterlijk levensgevaarlijk, net als in Colombia, Nigeria, de Filippijnen, China en zo nog een tiental landen.
Ook het opsluiten van journalisten blijft een onverminderd doeltreffende methode om berichten uit de media te houden. Op dit moment zitten 168 journalisten in een cel vanwege hun beroepsmatige nieuwsgierigheid en daaruit voortgekomen onwelgevallige berichten, al heet het officieel anders: ‘ondermijning van de staat’, of ‘bedreiging van de openbare orde.’ Nog eens 120 bloggers en burgerjounalisten delen hun lot. Alleen al in Iran zitten tientallen journalisten en bloggers vast sinds de omstreden verkiezingsuitslag van juni 2009.
En dan zijn er nog de talrijke bedreigingen, mishandelingen en ontvoeringen die de druk constant op de ketel houden. Journalisten die zich gewetensvol van hun taak willen blijven kwijten in landen waar autoriteiten dat storend vinden lopen dus voortdurend risico’s. Amnesty stuurde de afgelopen jaren honderden bliksemacties de wereld in voor journalisten die in direct gevaar verkeerden. Op 3 mei, de dag van de persvrijheid, is er een actie voor Eynulla Fatullajev uit Azerbeidzjan. Tijdens een media-estafette gaan bekende journalisten als Tijs van den Brink, Margriet Vroomans en Jelle Brandt Corstius langs radio- en televisieprogramma’s om aandacht te vragen voor de persvrijheid in het algemeen, en voor Fatullajev in het bijzonder.
Waarover schreven de bedreigde helden van het woord? Politiek en corruptie scoren hoog, maar zelfs cultuur en sport kunnen riskante categorieën zijn. Van de moordenaars wordt in driekwart van de gevallen vermoed dat ze in overheidsdienst werken en van berechting komt het doorgaans niet. Daarmee zijn we er echter nog niet. De vrije journalistiek wordt niet alleen bedreigd door deze wrede, maar in zekere zin ook overzichtelijke aanpak. Werp eens een blik op de vragenlijst die RWB hanteert om de beperkingen in kaart te brengen waarmee journalisten te maken krijgen, en je krijgt een aardig beeld van wat autoriteiten verzinnen om onafhankelijke berichtgeving onmogelijk te maken. We kenden de goede oude censuur al, die met behulp van hoogwaardige technologie een nieuwe jasje heeft gekregen in de vorm van grootschalige internetcensuur.
We wisten ook dat politici en autoriteiten tal van pesterijen verzinnen om verhalen uit de pers te houden. Gewoon een kwestie van de vergunning intrekken, restrictieve wetgeving opstellen of informatie achterhouden. Praktijken die we kennen uit landen als Rusland en Zimbabwe, en natuurlijk Berlusconi’s Italië. Maar vergis je niet: ook de Britse wetgeving voorziet in de mogelijkheid om journalisten te mond te snoeren. Sinds Volkskrant-journalist Jeroen Trommelen over de gifdump van Trafigura in Ivoorkust schrijft dreigde het bedrijf de krant meermalen voor de rechter te slepen. Het in Nederland gevestigde bedrijf maakte daarbij effectief gebruik van Engels smaadwetgeving die schadevergoedingen van vele miljoenen mogelijk maakt. Daar gaat wel een zekere afschrikwekkende werking van uit, denk ik. Je moet als journalist (en als krant) dus wel stevig in je schoenen staan om aan deze intimidatie het hoofd te bieden. De Volkskrant deed dat gelukkig en Trommelen won de Pearl Award voor onderzoeksjournalistiek met zijn verhalen over Trafigura. Hij wordt daarover op 3 mei geïnterviewd tijdens de Persvrijheidslezing in Den Haag. Bij die gelegenheid wordt ook de nieuwste Freedom House Persvrijheids Barometer gepubliceerd. Ik ben benieuwd of er afgelopen jaar nog een nieuwe categorie ‘journalisten tergen’ bijgekomen is.
