Erasmusprijs: Music makes the world a better place
Vanaf de eerste noten spatten energie, passie en speelplezier van het voor de gelegenheid vergrote podium in het Concertgebouw. Candide van Bernstein, in een zeer snel tempo gespeeld, dendert van de zaal in. Nee lezer, u hebt niet verkeerd doorgeklikt, u bent nog steeds bij Amnesty. Ik was gisteravond bij een concert ter gelegenheid van de uitreiking van de Erasmusprijs. Die werd dit jaar toegekend aan Jose Antonio Abreu, een musicus uit Venezuela. Abreu is de initiatiefnemer en drijvende kracht achter Sistema, een organisatie die kinderen uit sloppenwijken een muzikale opleiding biedt. En wat voor een! Bernstein, Copland, Tsjaikowski, gespeeld door tieners, met een dirigent van 22 jaar oud. Een enorm orkest, 140 man sterk. En dan zijn er, aldus Abreu, tien van dergelijke orkesten in Venezuela.
Fantastisch is het om te horen en te zien hoe tieners uit Venezuela anno 2010 de vijfde Symfonie van Tsjaikowski spelen. Terecht stelde kroonprins Willem Alexander dat Sistema vooral natuurlijk van groot belang is voor de kinderen die mee doen, maar dat hier ook een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de toekomst van de klassieke Europese muziek.
Maar het mooiste moment vond ik toch de lezing die Abreu zelf gaf, bij de prijsuitreiking. Een citaat:
‘In de ontzagwekkende erfenis van Erasmus van Rotterdam wordt fanatisme en oorlog veroordeeld. Zijn gedachtengoed staat voor het ideaal van een creatieve sociale structuur, en menselijke betrekkingen gestuurd door harmonie, rede en rechtvaardigheid.’
Ik zou willen dat alle Haagse politici die twee zinnen als openingstekst op hun blackberry zouden vinden. Elke dag, elke keer dat ze die aanzetten. Dat zou zeker niet schaden.
Vanmiddag opent Amnesty een fantastische fototentoonstelling over sloppenwijken, genaamd The Places We Live. Ik zal daar eens aankaarten hoe de muziek in Venezuele het leven van kinderen verandert. Wie weet kan een volgend optreden in Nairobi plaatsvinden.
