Kadhafi is Bashirs spelbreker
Dat is nou jammer. Een paar weken geleden zag het er nog zo goed uit voor de belangrijkste verdachte op vrije voeten van het Internationaal Strafhof, president Bashir van Sudan. Het enige staatshoofd waarvoor het Strafhof tot nu toe interesse had. Het leek erop dat zijn verzet tegen het Hof steeds meer, zij het soms heimelijke, medestanders kreeg. In Afrika, maar ook daarbuiten. Zo lang Bashir nuttig leek voor de vrede tussen Noord- en Zuid-Sudan, werd hij noodzakelijk voor de stabiliteit in de regio genoemd. Gemakshalve werd de genocideverdenking vanwege Darfur vergeten. Alles voor de vrede.
Bashir reisde naar landen die geen partij zijn bij het Strafhof. Die namen geen initiatief om hem aan Den Haag uit te leveren. Zij waren dat niet verplicht, maar hadden dat wel gemogen. Hij reisde vervolgens naar Kenia, partij bij het Strafhofverdrag en daardoor verdragsrechtelijk tot medewerking met het Hof verplicht. Maar ook in Kenia ontmoette Bashir geen hindernissen toen hij weer huiswaarts ging. De Keniase gastvrijheid kon bovendien rekenen op steun van de Afrikaanse Unie.
Net thuis in Khartoem, kwam de Nederlandse staatssecretaris Knapen (Ontwikkelingssamenwerking) nog even langs. Die mompelde wat over vrede voor recht, in plaats van de gebruikelijke Nederlandse mantra ‘geen vrede zonder recht’. Knapen moest later nog snel laten voorlichten dat hij het anders had bedoeld. Maar president Bashir had, tevreden, de boodschap al begrepen. Vervolgens waren er geruchten over de VS en Frankrijk die via de VN-Veiligheidsraad vervolging van president Bashir zouden willen opschorten. Allemaal vanwege de lieve vrede.
Toen kwam de Arabische Lente en vooral de omwenteling ‘in progress’ in Libië. De plaatselijke Grote Leider, kolonel Kadhafi, noemde de Libische opstandelingen ratten en huurlingen en dreigde hen, zoals plaatselijke Grote Leiders doen, openlijk met dood en verderf. Afgelopen zaterdag liet de VN-Veiligheidsraad daarop weten, in resolutie 1970, dat het de situatie in Libië sinds 15 februari 2011 naar het Internationaal Strafhof verwijst. Plegers en opdrachtgevers van eventuele misdrijven tegen de menselijkheid of oorlogsmisdrijven zullen in Den Haag worden vervolgd. Het was een signaal aan de Grote Leider, maar ook aan zijn onderknuppels. Libische piloten doen er beter aan ongevraagd in Malta te landen, dan in opdracht Benghazi te bombarderen.
Resolutie 1970 mag dan over Libië gaan, zij is, om verschillende redenen, slecht nieuws voor president Bashir.
Er bestaat weinig twijfel over dat vroeg of laat de aanklager bij het Strafhof zijn onderzoek op de Libische Grote Leider zelf zal richten. Zelfs als die dan al Grote Leider Af zou zijn, maakt dat president Bashir minder uniek en daarmee minder makkelijk in aanmerking komend voor een politieke uitzonderingspositie onder de voortvluchtige Strafhofverdachten.
Ten tweede is in de Veiligheidsraad de steun voor het Internationaal Strafhof met deze recente verwijzing toegenomen. In maart 2005 was de verwijzing van Darfur naar het Strafhof nog uniek en het resultaat van lange en harde politieke onderhandelingen. De betreffende resolutie (resolutie 1593) kon alleen maar passeren bij gratie van een Amerikaanse en Chinese onthouding van stemming. De Veiligheidsraadresolutie van 26 februari werd daarentegen unaniem aangenomen en na veel minder politiek getouwtrek. Ook India, lange tijd geen vriend van het Internationaal Strafhof en momenteel lid van de Veiligheidsraad, brak de unanimiteit niet. In 2005 stemde Algerije in de Veiligheidsraad nog tegen de verwijzing van Darfur naar het Strafhof. Dit weekeinde stemde Libanon voor.
Hoewel de Veiligheidsraad net als in 2005 staten die geen partij zijn bij het Internationaal Strafhof slechts nadrukkelijk oproept om mee te werken met het Hof en dus geen samenwerkingsverplichting oplegt, is het politieke gewicht van deze oproep tot medewerking vanwege de unanimiteit van de Raad groter dan in 2005.
De delegitimering van het Internationaal Strafhof, waarvan enige tijd sprake leek, is met de jongste Veiligheidsraadresolutie inzake Libië gestuit. Dat is slecht nieuws voor kolonel Kadhafi, maar misschien nog wel slechter nieuws voor president Bashir.
Er is, zoals bijna altijd als het over de Veiligheidsraad gaat, veel kritiek mogelijk op resolutie 1970. Maar vanuit het perspectief van Khartoem was nauwelijks een slechtere resolutie op een slechter tijdstip denkbaar. Dat is politieke ‘fallout’ van de Arabische Lente. Voor Bashir is het gewoon pech.
