Onder Professoren – over Israël, Gaza en overbodig feitenonderzoek
Op initiatief van IKV Pax Christi richtten zeventien Nederlandse mensenrechtendeskundigen en hoogleraren internationaal recht zich gisteren tot minister van Buitenlandse Zaken professor Uri Rosenthal met de volgende aanbeveling. De minister moet ‘zich uitdrukkelijk en onomwonden [uitspreken] voor een opvolging van het Goldstone-rapport op internationaal niveau … Nederland dient er op aan te dringen dat nader internationaal feitenonderzoek door een door de VN-Veiligheidsraad in te stellen commissie gedaan wordt.’ We hebben het dus over het Gazaconflict tussen Hamas en Israël van december 2008 en januari 2009.
Nu eens niet een oproep van de bekende activist Dries van Agt of andere (vermeende) vooringenomen radikalinski, maar een weloverwogen oproep van erkende experts op het terrein van mensenrechten en het internationaal oorlogsrecht. Dat is mooi. Toch wil ik een kanttekening plaatsen.
De zeventien beginnen met: ‘wij [doen] een dringend appèl’. Er zal dus in hun ogen sprake zijn van een zekere urgentie. Zij constateren vervolgens dat de Israëlische regering en Hamas ‘onvoldoende actie hebben ondernomen’ en dat ‘beide partijen nog altijd geen onderzoek hebben verricht dat voldoet aan internationaal aanvaarde normen van onafhankelijkheid, onpartijdigheid, grondigheid, doelmatigheid en tijdigheid’. Die laatste uitspraak is waarschijnlijk gebaseerd op de bevindingen van een expertcomité van de VN-Mensenrechtenraad. Dat comité moest aan de VN rapporteren wat Israël en Hamas deden met de conclusies van het rapport van de commissie-Goldstone, ook ingesteld door de VN-Mensenrechtenraad.
Rosenthals voorganger Verhagen was tegenstander van de commissie-Goldstone en bijzonder ongelukkig met het resultaat, een rapport waarin werd geconstateerd dat er door de partijen in het Gazaconflict van december 2008 en januari 2009 oorlogsmisdrijven waren gepleegd en mogelijk ook misdrijven tegen de menselijkheid. De VN besloot Israël en Hamas de mogelijkheid te geven zelf nader onderzoek te doen en waar nodig strafrechtelijke vervolgingen in te stellen op basis van het rapport-Goldstone. Om daarop enig toezicht te houden werd een internationaal expertcomité ingesteld. Naar de mening van dat comité hebben de betrokken partijen onvoldoende (en dat is diplomatiek taalgebruik) gedaan met de bevindingen van Goldstone.
Israël en Hamas hebben ruim de tijd gehad om zelf serieuze strafrechtelijke vervolgonderzoeken te doen. Nu deze uitbleven is een voor de hand liggende volgende stap: internationaal strafrechtelijk onderzoek, bijvoorbeeld door het Internationaal Strafhof.
Maar tot die stap roepen de Nederlandse experts uitdrukkelijk niet op. De professoren vragen minister Rosenthal zich in te zetten voor hernieuwd internationaal feitenonderzoek, maar nu in opdracht van de VN-Veiligheidsraad. De ondertekenaars menen waarschijnlijk dat het aan politieke onzinnigheid grenst om minister Rosenthal te verzoeken zich sterk te maken voor een internationaal strafrechtelijk onderzoek.
Maar het bepleiten van weer een feitenonderzoek is mogelijk niet het juiste alternatief. Het is vragen om een herhaling van zetten. Weg urgentie. Goldstone deed feitenonderzoek en naast zijn rapport liggen andere rapporten van de VN, Human Rights Watch, Amnesty International en vele anderen. Waarschijnlijk behoort het Gazaconflict van 2008 – 2009 tot de best gedocumenteerde conflicten van de laatste tijd. De zeventien Nederlandse experts lopen de kans de indruk te wekken dat zij menen dat Goldstone zijn werk niet goed heeft gedaan; een suggestie die Verhagen ook deed, overigens zonder al te veel onderbouwing.
Aan feiten ontbreekt het niet. Aan politieke wil wel. In de Veiligheidsraad, maar zeker ook in Nederland. In die omstandigheid is het misschien niet zo’n heel goede aanbeveling aan de minister om zich actief in te zetten voor een nieuw feitenonderzoek. Wellicht is het in dit geval beter om aan te sluiten bij de opvattingen van de minister zelf: Nederland moet in het buitenland niet altijd met het opgeheven vingertje klaar staan. Als Nederland zich niet wil inspannen om de logische volgende stap te zetten in dit dossier (strafvervolging), dan is het beter dat Nederland maar even niets zegt en achter de schermen ook niets bevordert, in plaats van nieuw feitenonderzoek bepleit als tactische manoeuvre om ervoor te zorgen dat de VN weer een tijdje niets, althans zo min mogelijk, doet.
Ondertussen lijkt het volgende grootschalige gewapende conflict tussen Hamas en Israël alweer in de maak en daarmee met enige waarschijnlijkheid een voorwerp van echt nieuw feitenonderzoek. Dan wordt het interessant om te zien of Rosenthal meer succes zal hebben met het torpederen van Goldstone II, dan Verhagen had met het tegenhouden van Goldstone I.
Amnesty International’s updated assessment of Israeli and Palestinian investigations into the Gaza conflict (18 maart 2011)
Gaza-oorlog: Hoogleraren doen appel op Rosenthal (25 maart 2011)

Professoren kunnen dom zijn als ze zich met politiek gaan bemoeien.
Goldstone heeft zich ‘vergist’.
Zie:
http://www.likud.nl/pers028.html
Gezien de vooringenomen radikalinski anti-Iran activiteiten van Amnesty Nederland, verbaast deze reactie mij niets.