Goldstone vs. Goldstone

De Volkskrant pakte groot uit, gisteren. Richard Goldstone nam onlangs afstand van het rapport van de naar hem genoemde commissie die onderzoek deed naar het Gazaconflict van 2008 – 2009. Die commissie meende aanwijzingen te hebben dat de betrokken partijen oorlogsmisdrijven en mogelijk misdrijven tegen de menselijkheid pleegden. Goldstone lijkt daarover nu anders te denken. Hoogleraar Afshin Ellian en CIDI-directeur Ronny Naftaniël betoogden in twee afzonderlijke artikelen op de opiniepagina van de krant dat het rapport-Goldstone nu de prullenmand in kan. Een zeer voorbarige conclusie, die ook elders met opmerkelijke gretigheid getrokken wordt.

Ja, Richard Goldstone nam afstand van het rapport-Goldstone. Maar dat rapport werd geschreven door een commissie die uit meer leden bestond en voor zover bekend sprak Goldstone alleen namens zichzelf toen hij in de Washington Post schreef: ‘If I had known then what I know now, the Goldstone Report would have been a different document’. Bovendien is het rapport-Goldstone inmiddels onderschreven door de VN-Mensenrechtenraad. Een opinie van één betrokkene bij dit rapport is op zichzelf niet voldoende om het rapport te diskwalificeren. Ook al is die betrokkene Richard Goldstone, voormalig aanklager bij de VN-tribunalen voor voormalig Joegoslavië en Rwanda en voorzitter van de onderzoekscommissie waarover nu opnieuw ophef is ontstaan.

Bovendien neemt Goldstone in het opinieartikel in de Washington Post helemaal geen afstand van alle bevindingen en conclusies in het rapport. Alles wat het rapport vermeldt over Palestijnse gewapende groepen, Hamas en de Palestijnse Autoriteit is ook wat hem betreft nog steeds intact. Zo zegt het rapport (op pagina 540) over Palestijnse groepen die vanuit Gaza Zuid-Israël bestookten:

‘Where there is no intended military target and the rockets and mortars are launched into civilian areas, they constitute a deliberate attack against the civilian population. These actions would constitute war crimes and may amount to crimes against humanity.’

Over de de facto autoriteiten in Gaza zegt het rapport (op pagina 542) bovendien:

‘security services under the control of the Gaza authorities [Hamas] carried out extrajudicial executions, arbitrary arrest, detention and ill-treatment of people, particularly political opponents’.

En over de Palestijnse Autoriteit, een partij die bijna altijd over het hoofd wordt gezien in discussies, debatten en opinies over het rapport-Goldstone, schreven de opstellers ondermeer, op pagina 448:

‘…the reports of torture and ill-treatment during arrest and detention, and the reports of deaths in detention raise further concerns and warrant proper investigation and accountability.’

Over misdrijven van Israëlische zijde schrijft Goldstone nu dat Israëlische onderzoeken erop wijzen dat ‘civilians were not intentionally targeted as a matter of policy’ en dat als de kennis van nu eerder beschikbaar zou zijn geweest ‘it probably would have influenced our findings about intentionality and war crimes’. Dit klinkt als een belangrijke kanttekening bij een aantal bevindingen en conclusies van het rapport-Goldstone, maar niet als de volledige verwerping ervan die sommigen hierin willen lezen. Ik denk dat Goldstone, het politieke mijnenveld van dit onderwerp kennende, zijn woorden bewust zeer precies koos: ‘it probably would have influenced…’

Trouwens, zelfs als Goldstone nu meent dat er toentertijd geen sprake is geweest van een beleid van oorlogsmisdrijven tegen burgers, volgt daaruit niet dat er toen in de praktijk geen oorlogsmisdrijven zijn gepleegd. Overheidsfunctionarissen kunnen eenmalig, veelvuldig of systematisch handelingen plegen die geen beleid zijn. De commissie-Cassese, die in opdracht van de VN-Veiligheidsraad onderzoek deed naar de situatie in Darfur (Sudan), vond in 2005 geen bewijs voor ‘a policy of genocide’. De Veiligheidsraad verwees de situatie in Darfur datzelfde jaar toch naar het Internationaal Strafhof. Inmiddels wordt de Sudanese president Bashir door de aanklager bij het Strafhof gezocht wegens ernstige misdrijven onder internationaal recht, waaronder, inderdaad, genocide.

Er zijn in het Gaza-conflict overigens ook handelingen gepleegd waarbij niet de feiten betwist worden, maar de juridische kwalificatie daarvan. Denk aan het gebruik van middelen en methoden als witte fosfor en flechettes in situaties waarin veel burgers aanwezig zijn. Volgens Amnesty International en anderen, zoals de commissie-Goldstone, is het gebruik van deze middelen en methoden in dergelijke omstandigheden verboden. De Israëlische regering heeft er altijd op gewezen dat het gebruik van witte fosfor niet per se verboden is, maar dat is iets anders.

Zo goed als niemand heeft gesuggereerd dat het rapport-Goldstone het laatste woord moet zijn over het Gazaconflict van 2008 – 2009. Amnesty International pleit ervoor, mede op basis van het rapport-Goldstone, de situatie voor te leggen aan een internationaal strafrechtelijk forum, bijvoorbeeld het Internationaal Strafhof. De aanklager bij zo’n forum zal zijn of haar eigen bevindingen doen en conclusies trekken. Daarbij zal zeker het rapport van onderzoeker Goldstone en de zijnen een rol spelen en mogelijk ook de mening van opinieschrijver Goldstone. Maar geen van beiden zijn a priori doorslaggevend voor een onafhankelijke aanklager, die zijn of haar bevindingen en conclusies –die moeten voldoen aan de bewijsstandaard van ‘beyond reasonable doubt’– bovendien aan onafhankelijke rechters zal moeten voorleggen, waarschijnlijk ook nog in meer dan één instantie.

Ellian en Naftaniël waren niet de enige die direct bereid waren het hele rapport-Goldstone naar de prullenmand of papiervernietiger te verwijzen. Ook de Israëlische regering greep het opinieartikel van Goldstone aan om het rapport-Goldstone te begraven. Dat is niet opmerkelijk. Ik vraag mij alleen af: waaraan ontleent in de ogen van de Israëlische regering opinieschrijver Richard Goldstone plotseling het grote gezag dat onderzoeker Richard Goldstone, volgens diezelfde regering, ten enenmale miste?

Richard Goldstone, Reconsidering The Goldstone Report on Israel and War Crimes, 1 april 2011

Afshin Ellian, VN moeten standpunt Gaza-oorlog herzien, 6 april 2011

Ronny Naftaniël, Goldstone-rapport was slechts politiek middel, 6 april 2011


Deel dit artikel
  • Print
  • email
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Live
  • NuJIJ
  • eKudos
  • Google Bookmarks
  • del.icio.us

Over de auteur

Lars van Troost (1962) is hoofd Politieke Zaken en Persvoorlichting bij Amnesty International Nederland. Eerder was hij werkzaam bij Amnesty als onder meer hoofd Vluchtelingen en medewerker Internationaal Strafhof. Hij woont in Amsterdam.
Andere bijdragen door Lars van Troost

07

04 2011

1 Reacties Add Yours ↓

The upper is the most recent comment

  1. 1

    Ik ben het helemaal met Afshin Ellian eens. Hamas heeft doelbewust mensen zo gebruikt dat er wel doden moesten vallen. Ik heb vanaf het begin ook geen enkel geloof gehecht aan de bewering dat Israelische soldaten met opzet op Palestijnse burgers geschoten zouden hebben. Ze weten de ogen van de hele wereld op zich gericht.



Uw reactie


Over Mensenrechten Vandaag

Op dit weblog schrijven Amnesty-medewerkers over mensenrechten. Over Amnesty-rapporten en actuele gebeurtenissen. Over wat er in het nieuws is, en wat in het nieuws zou moeten zijn.

 
Mensenrechten Vandaag draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).