Hommeles in Haagse Strafhoftent
Terwijl in Tripoli de zaak in kannen en kruiken leek, ontplofte er een bommetje in de Strafhoftent aan de Maanweg in Den Haag. Aanklager Ocampo deed goede zaken in Tripoli, maar het waren volgens de rechters in Den Haag zijn zaken niet. Inzet is nog steeds: wie zal Saíf al-Islam berechten, een Libische rechtbank of het Internationaal Strafhof (ICC)? Ocampo leek met Libische autoriteiten overeenstemming te hebben bereikt over vervolging in Libië. Is hij op de stoel van de rechter gaan zitten?
Dat vinden de rechters van het ICC die de zaak Saïf al-Islam behandelen wel. Na Ocampo’s optreden in Tripoli lieten zij daarom fijntjes per persbericht het volgende weten: een besluit over voortzetting of sluiting van de zaak-Saïf al-Islam door het ICC is de exclusieve bevoegdheid van de rechters.
En om te verzekeren dat iedereen –inclusief de aanklager– de boodschap krijgt, voegen zij eraan toe:
In accordance with Resolution 1970, adopted unanimously by the United Nations Security Council on 26 February 2011, the Libyan authorities have the obligation to cooperate fully with the Court. On 5 July 2011, a request for cooperation with regard to the surrender of the suspect was notified, together with the warrant of arrest, to the Libyan authorities.
Should the Libyan authorities wish to conduct national prosecutions against the suspect, they shall submit a challenge to the admissibility of the case before Pre-Trial Chamber I, pursuant to articles 17 and 19 of the Rome Statute of the ICC. Any decision on the admissibility of a case is under the sole competence of the Judges of the ICC.
Zolang de Libische autoriteiten geen verzoek doen bij de rechters van het ICC om de vervolging van Saïf al-Islam te staken (bijvoorbeeld omdat hij in Libië zal worden berecht) gaat die vervolging door het ICC gewoon door. Zo lang die vervolging doorgaat is Libië op grond van een unaniem besluit van de Veiligheidsraad verplicht medewerking te verlenen met het Hof en daarmee verplicht om uitvoering te geven aan een verzoek van het Hof tot overdracht van de verdachte. Doet Libië dat niet, dan negeert het nieuwe Libische bewind een Veiligheidsraadbesluit, lijkt de redenering van de rechters te zijn.
Een conclusie die de rechters niet uitdrukkelijk vermelden, maar die wel lijkt voort te vloeien uit wat zij zeggen, is dat alle staten die de (onwettige of vermeende) overeenkomst tussen Ocampo en de Libische autoriteiten steunen zich keren tegen een dwingend Veiligheidsraadbesluit.
Er zijn landen die de internationale rechtsorde, waarvan de VN, de Veiligheidsraad en het Internationaal Strafhof belangrijke pijlers zijn, hoog in het vaandel hebben. Nederland is zo’n land. We zullen vast binnenkort een stevig Nederlands standpunt horen over hoe dit nou zit met het Hof, de aanklager en Saïf al-Islam.
