Vaclav Havel (1936 – 2011), Amnesty-klant
Vaclav Havel is dood. Hij was jarenlang een ‘Amnesty-klant’, om een uitdrukking van de Amsterdamse oud-hoogleraar strafrecht en voormalig Amnesty-bestuurder Frits Rüter te gebruiken. Havels bezwaren tegen de communistische heerschappij in Tsjechoslowakije brachten hem meer dan eens voor de rechter en achter tralies. De laatste keer dat de dissident Havel leden van een rechtbank toesprak was op de eerste lentedag van 1989 bij een Hof van Beroep. Hij kreeg een gevangenisstraf van acht maanden (een maand minder dan hem in eerste instantie was opgelegd) omdat hij een herdenking had bijgewoond van de zelfverbranding van Jan Palach, een Tsjechoslowaakse Bouazizi. Nog voor het jaar om was, was Vaclav Havel president.
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw bracht hij enkele jaren in gevangenschap door. Dan werd hij geadopteerd als gewetensgevangene door Amnesty International en ijverden Amnesty-groepen voor zijn onmiddellijk en onvoorwaardelijke vrijlating.
Bij Amnesty vinden we dat tegenwoordig neerbuigend klinken: ‘geadopteerd’. Het riekt naar slachtofferschap en we leggen liever de nadruk op de kracht van mensen, ook als zij slachtoffer zijn. Kwestie van communicatie. Maar die Amnesty-activisten in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw deden helemaal niet neerbuigend over Vaclav Havel. Hij was waarschijnlijk veeleer voor hun een inspirator. In Vaclav Havel herkenden zij hun eigen ideeën over activisme en mensenrechten waarin ‘dissident’ het sleutelwoord was, niet ‘oppositie’ of ‘vrijheidsstrijder’. De historicus Samuel Moyn heeft dat mooi beschreven in zijn boek The Last Utopia –Human Rights in History.
Havel verwoordde wat dissidentie inhield in zijn klassieke essay over Charta ’77, ‘Poging om in de waarheid te leven, de macht van de machtelozen’. Als alternatief voor het post-totalitaire systeem waarin hij leefde hield hij zijn lezers geen nieuwe utopie voor, maar een anti-utopie: een protest van kleine stappen en van moreel verzet tegen politieke almacht, verwijzend naar geldend recht en internationale verdragen en overeenkomsten. Geen geweld, geen revolutie, geen visioen van een paradijs op aarde en geen keuze in een simpele Oost-West-tegenstelling. (Over die term ‘post-totalitair’ schreef hij: ‘Ik wil met dat voorvoegsel ‘post-’ niet impliceren dat het systeem niet meer totalitair zou zijn; integendeel, ik bedoel dat het totalitair is op een wijze die fundamenteel verschilt van de klassieke dictaturen.’)
Zijn essay verwoordde niet alleen wat er in Tsjechoslowakije onder dissidenten leefde, maar zal ook herkenbaar geweest zijn voor menig dissident in of uit de toenmalige Sovjetunie. En de huidige Chinese dissidenten van Charta ’08 die om bescheiden juridische verbeteringen vragen (en een bron van Westers ongemak zijn in de tegenwoordig warme banden met de Communistische Partij van China) laten geen twijfel over hun inspiratiebron bestaan.
Moreel verzet tegen politieke almacht. Dat was wat Vaclav Havel bood. De dood van Vaclav Havel, schrijver, gewetensgevangene, slachtoffer en inspirator, markeert misschien ook wel het einde van een anti-utopisch tijdperk in de wereldwijde mensenrechtenbeweging. We zullen, vrolijk werkend aan een betere wereld, misschien nog weleens aan hem denken.
Vandaag werd ook bekend dat Kim Jong-Il, de communistische leider van Noord-Korea, is overleden. Hij was nooit een Amnesty-klant en zeer waarschijnlijk geen lezer van Havel, volgens wie hij in een leugen leefde.
