Rosenthal en de receptorbenadering
Wie aan Uri Rosenthal denkt, denkt aan veiligheid en welvaart. Dat waren, zo zei hij bij zijn aantreden als minister van Buitenlandse Zaken, de pijlers van zijn beleid. Vanuit de Tweede Kamer en andere gremia werd de kersverse minister eraan herinnerd dat mensenrechten ook daartoe gerekend moesten worden. Een beetje mokkend heeft hij dat toen maar gedaan. Inmiddels is hij de wereldwijde promotor geworden van een volgens hem nieuwe kijk op mensenrechten: de receptorbenadering.
Afgelopen week ontvouwde de minister deze nieuwe kijk op mensenrechten aan Ken Roth, de directeur van Human Rights Watch, die even op bezoek was in Nederland. Op een bijeenkomst in het Amsterdamse debatcentrum De Balie noemde Roth de receptorbenadering later ‘a theory under construction’. Het leek mij een beleefde karakterisering.
Wat is de receptorbenadering? Dat weet eigenlijk niemand, want veel staat er niet over op papier. Maar er lijken een paar kernideeën in te zitten. Ten eerste, mensenrechten moeten bevorderd worden zonder opgeheven vingertje; Nederland moet niet meer betuttelend door de wereld trekken. Ten tweede, mensenrechten kunnen het beste bevorderd worden door lokale actoren, niet door buitenlandse critici. De ontvangers (receptors) staan centraal, niet de zenders van de boodschap. Ten derde, mensenrechten hoeven niet altijd via juridische wegen en via toekenning van juridisch afdwingbare rechten nageleefd te worden.
Dat van dat vingertje is natuurlijk malligheid. Het is armetierige geschiedschrijving om decennia van mensenrechtendiplomatie te reduceren tot Nederlandse ambtenaren die, al dan niet met tropenhelm op, vermanend door de wereld trekken. Die diplomatie heeft in werkelijkheid veel bijgedragen aan het ontwikkelen van mensenrechtenstandaarden en van internationale èn nationale toezichthoudende instanties. Daarnaast heeft die diplomatie ook veel gedaan om te bevorderen dat lokale actoren en instituties een rol kregen bij de bescherming en bevordering van mensenrechten. De eerste twee ideeën zijn alleen maar nieuw in vergelijking met een karikatuur van de werkelijkheid.
Het idee dat mensenrechten ook vervuld kunnen worden op andere wijze dan door juridisch afdwingbare rechten toe te kennen is wellicht waar, maar geen reden om van die rechten af te zien. Natuurlijk is het mooi als mensenrechten aansluiten bij lokale waarden en tradities, maar de geschiedenis van de rechten van de mens (vaak een geschiedenis van emancipatiebewegingen) is ook voor een groot deel verzet tegen bestaande waarden, structuren, machten en gebruiken. Enige rechtsbescherming is, op z’n zachtst gezegd, daarbij vaak welkom.
Een theorie onder constructie? In ieder geval een met behoorlijk instortingsgevaar. Wel leuk om over te praten op diplomatenborrels. Misschien is ‘receptiebenadering’ voorlopig een betere naam.
Ik heb ook wel eens gehoord –de receptorbenadering is tot nu toe vooral een mondeling overgedragen theorie – dat volgens voorstanders van deze theorie het opgeheven vingertje vooral een goed diplomatiek middel zou zijn jegens ‘wrede regimes’, een term die in het denken van Rosenthal verwijst naar landen als Iran en Noord-Korea. China viel, geloof ik, niet in deze categorie. Niet-wrede regimes die mensenrechten op grote schaal aan hun laars lappen zouden goede doelwitten zijn voor de wat regime-vriendelijkere receptorbenadering.
Dat deed mij denken aan de voormalige Amerikaanse VN-ambassadeur Jeane Kirkpatrick. Zij maakte in de jaren tachtig van de vorige eeuw een onderscheid tussen autoritaire en totalitaire regimes. Foltering door de eerste was minder erg dan door de tweede. De autoritaire regimes waren toevallig ook vrienden (Argentijnse generaals), de totalitaire waren vijanden (de Sovjet-Unie).

Receptorbenadering: je bedoelde wellicht: De Volkskrant op Zondag in De Rode Hoed 5 febr
ko colijn
clingendael/vrij nederland
Weet dat HB gisteren 13 maart nav Geuzenpenning in Vlaardingen ook over receptor benadering sprak. In afkeurende zin. Groet Jannes H Mulder (1940) ex-AI bestuurslid