Diplomatiek maar gevaarlijk taalgebruik
Spannende tijden in New York. Terwijl de VN Veiligheidsraad een deur verderop over sancties voor Syrië vergaderden bespraken afgevaardigden uit ruim 190 landen woensdagochtend een tekstvoorstel over het doel van het nieuwe Wapenhandelverdrag (ATT). Moeten mensenrechten in het hoofstuk ‘Goals and Objectives’ vermeld worden? Natuurlijk, zeggen de door gewapende conflicten geteisterde Afrikaanse landen. Absoluut, zeggen de EU, Australië, Nieuw-Zeeland en Japan, die al strenge regels hebben. Dat was de bedoeling vanaf het begin. Maar een gelegenheidscoalitie (China, Indonesië, Rusland, India, Singapore, Thailand, de Fillipijnen en Venezuela) diende gisteren een voorstel in om het doel van het ATT te beperken tot het bestrijden van ‘illegale wapenhandel’ en ‘ongeautoriseerd gebruik zoals terrorisme en georganiseerde misdaad.’ Zij willen niet teveel verplichtingen en beperkingen. En verwijzingen naar internationale mensenrechten en internationaal humanitair recht (IHL) zijn maar al te verplichtend en restrictief. In beleefde en diplomatieke bewoordingen maken deze landen duidelijk dat de bescherming van burgers tegen buitensporig geweld door militairen, politie, veiligheidstroepen of gewapende groepen geen enkele prioriteit heeft. De burgers in Syrië zullen dus weinig hoop putten uit de opstelling van Rusland. Maar het kan nog erger: Iran, Algerije, Noord-Korea en Syrië zijn er vooral op uit dat er helemaal geen verdrag komt.
Zelfs de Verenigde Staten zijn niet onomwonden positief over teksten die landen voorschrijven voor elke wapendeal een degelijke risicoanalyse te maken (behalve voor landen waarvoor al een wapenembargo bestaat). Als het risico dat deze wapens gebruikt zullen worden voor schendingen van mensenrechten of IHL moet een staat niet leveren, zegt Amnesty, en zo staat het ook in de concept-verdragstekst. Maar de VS willen slechts ‘rekening houden’ met dat risico en een uitzondering maken voor wapenleveranties die de ‘interne veiligheidssituatie’ en ‘regionale stabiliteit’ aangaan. Dat is nogal ruim gedefinieerd en een stevige stap terug van de eerdere positie. Het is ook levensgevaarlijk, want het zet de deur wagenwijd open voor gewetenloze staten die wapens willen verhandelen onder het mom van ‘regionale stabiliteit.’
De VS blijven ook herhalen dat ze munitie niet willen opnemen in het hoofdstuk over soorten wapens en activiteiten. De opstelling van de Amerikanen wordt hier met ongeloof ontvangen door Afrikaanse staten en als een probleem gezien door andere ‘friendly states’. Van Obama, die brak met de lijn-Bush door het ATT te omarmen, wordt ‘leadership’ verwacht, maar het feit wil dat de stoelen achter de Amerikaanse delegatie gevuld zijn met veiligheidsadviseurs die in nauw contact staan met het Pentagon en de CIA, en met mensen van invloedrijke organisaties als de National Rifle Organization. Dat klinkt duidelijk door in de Amerikaanse interventies. Amnesty verhoogt daarom de druk op Obama.
De Chinese en Vietnamese afgevaardigden hebben minder problemen met dergelijke teksten. Ze zijn nogal kort van stof in de zaal en tot voor kort zetten ze er flink de pas in als ik ze probeerde aan te spreken. Maar sinds gisteren lukt het me met ze te praten. De Chinese diplomaat zei dat China een ‘compact en uitvoerbaar’ verdrag wil. Dat is diplomatieke taal voor ‘niet te veel verplichtingen, alsjeblieft. We houden de handen liever vrij.’ Ook wij blijven vriendelijk, maar weten heel goed wat dat betekent.
Kijk maar naar Sudan of de DRC.
