Onderhandelen zonder comfort

De dag begint vroeg in New York. Om half acht komt ons team bij elkaar in het kantoor van Amnesty Internationaal tegenover de Verenigde Naties. Ik heb geleerd om, net als mijn vrouwelijke collega’s, op gympen te komen en mijn hakken in een tasje mee te nemen op mijn wandeling door Manhattan. Ontbijt is geen prioriteit: de vergadertafel staat vol bekers verlepte Starbucks-koffie en vette donuts. Lunch en diner zijn trouwens ook geen prioriteit. Maar wat we fysiek tekortkomen wordt op geestelijk vlak ruimschoots gecompenseerd. Het vroege uur staat stevige analyses door onze experts op het gebied van wapenhandel en van verdragsrecht niet in de weg. De lobbyisten delen hun enerverende ervaringen van de dag ervoor en de media- en campagnemedewerkers praten ons bij over de actualiteiten en activiteiten elders ter wereld. De kleine kamer met het indrukwekkende uitzicht is deze maand het zenuwcentrum van Amnesty’s wereldwijde campagne voor een stevig wapenhandelverdrag.

Onze eerste taak van de dag is de stand van zaken op te maken. Welke staten hebben constructieve of schadelijke uitspraken gedaan, over mensenrechten, over het al dan niet opnemen van bepaalde wapens of handelsactiviteiten in de verdragstekst? Waar ontwaren we nieuwe initiatieven om de tekst te versterken of te verzwakken en andere landen onder druk te zetten? China schijnt bij Afrikaanse landen aan te dringen om munitie te laten vallen en in hun hoofdsteden te ageren tegen ongewenste uitlatingen. Op die manier zou het land ook proberen de woorden ‘interne stabiliteit’ uit de tekst te willen verwijderen als reden voor een risicoanalyse. De situatie in Tibet en Xinjiang zal daar veel mee te maken hebben. We schatten in dat Iran China daarin zal volgen.

Welke blokken vormen zich, en rond welk thema? Syrië, Venezuela en Cuba volgen Rusland steeds meer in hun bezwaren tegen inmenging in interne zaken en nadruk op het bestrijden van wapenhandel naar niet-statelijke actoren. Cuba, India, Pakistan, China, Iran en Noord-Korea verzetten zich tegen een clausule over omleiding van wapens. Het Vaticaan, dat zich vlekkeloos opstelt als groot voorstander van het verdrag, vindt Algerije aan zijn zijde door bezwaar te maken tegen de term ‘gender-based violence.’ En, steeds belangrijker: hoe compromis-bereid zijn de ‘friendly states’? Houden ze hun rug recht als de VS druk uitoefenen om ‘interne veiligheid’ als reden op te voeren om onder beperkingen op de wapenhandel uit te komen? We bekijken het werkprogramma van de dag, en dan gaan we weer met onze nieuwe lobbypunten en frisse vechtlust.

Het werken wordt er voor ons of de diplomaten niet gemakkelijker op. Nu de onderhandelingen de laatste fase ingaan, grijpt voorzitter Moritan naar harde methoden. Hij heeft avondvergaderingen ingepland en ook in het weekend wordt doorgewerkt. De bijeenkomsten vinden steeds meer achter gesloten deuren plaats, buiten het kritische gezichtsveld van de ngo’s. Heel subtiel is de keuze voor kleinere ruimtes. In de Indonesiëzaal van het VN-gebouw passen maar 180 mensen. Het is er warm, er is geen vertaling, het licht is niet overal even goed, en volgens degenen die er bij waren zaten notoire dwarsliggers achteraan in het donker. Of het gebrek aan comfort tot betere of snellere resultaten leidt is in de wandelgangen een van de onderwerpen van discussie.

Naast al dat ongemak waren er ook interessante en verrassende momenten. Zo gaf Noord-Korea de VS en Zuid-Korea er fiks van langs omdat dit land het communistische bewind gewapenderhand zou bedreigen. China gaf volkomen onverwachts aan dat mensenrechten en internationaal humanitair recht in de preambule vermeld moeten worden. Ik heb daarvoor bij drie mensen bevestiging gezocht en gekregen, maar ook gehoord dat de afgevaardigde die verspreking later weer bij de voorzitter heeft gecorrigeerd.

En er was een hoogtepunt, toen de afgevaardigde van Malawi een verklaring voorlas waarin hij benadrukte dat dit verdrag toch echt tot doel heeft menselijk leed te voorkomen. Zoals gebruikelijk vermeldde hij welke landen de verklaring ondersteunden (waaronder Nederland). De opwinding nam toe naarmate er maar geen einde kwam aan de opsomming. Liefst 71 landen noemde hij bij naam. Daarna steeg een spontaan en ongebruikelijk applaus op in de zaal. Het was een van de zeldzame momenten waarop ik dacht dat alles goed zou komen.

Over de auteur

Nicole Sprokel (1957) is senior medewerker Politieke Zaken bij Amnesty International Nederland. Zij is als lobbyist betrokken bij de VN-top in New York over het Internationale Wapenhandelverdrag. Hiervoor werkte ze onder meer als journalist voor onderzoeks- en actualiteitenprogramma's van de KRO TV.
Andere bijdragen door Nicole Sprokel

24

07 2012

Uw reactie


Over Mensenrechten Vandaag

Op dit weblog schrijven Amnesty-medewerkers over mensenrechten. Over Amnesty-rapporten en actuele gebeurtenissen. Over wat er in het nieuws is, en wat in het nieuws zou moeten zijn.

 
Mensenrechten Vandaag draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).