Author Archive

Gedeeltelijk openbare rechtszaak Saudische mensenrechtenverdedigers

De afgelopen weken is de rechtszaak van twee Saudische mensenrechtenactivisten bijna live te volgen geweest via Twitter. Helaas ook zo ongeveer alleen via Twitter, aangezien Saudi-Arabië niet direct in het middelpunt van de media-aandacht staat in Nederland of de rest van de westerse wereld. Dit is ontzettend jammer, want de rechtszaak is spannender dan de gemiddelde aflevering van CSI of Midsummer Murders.

De twee activisten, Mohammad Al-Qahtani, en Abdullah Al-Hamid, zijn oude bekenden van het Saudische regime, en zijn beiden al jarenlang actief als mensenrechtenverdediger. Ze zijn mede-oprichter van de Saudische Vereniging voor Politieke- en Burgerrechten (ACPRA). De Saudische autoriteiten lieten hen lange tijd met rust, maar hebben het laatste jaar duidelijk willen laten zien dat van een Saudische lente voorlopig wat hen betreft geen sprake kan zijn.

Beide mannen worden beschuldigd van een reeks aan vergrijpen, zoals het aanzetten tot ordeverstoring en ‘verbreken van trouw aan de heerser’. Hun rechtszaak sleept zich inmiddels al maanden voort, maar heeft één opvallend lichtpuntje: hij  is voor een groot deel openbaar. Na wekenlang getouwtrek tussen de rechter en de beklaagden heeft de eerste uiteindelijk toegeven en worden de zittingen inmiddels bijgewoond door tientallen mensen. Dit betekent dat we de smeuïge details direct mee kunnen krijgen via Twitter en het platform voor burgermedia Global Voices Online.

Uit de verhalen rijst een beeld op van een rechtssysteem dat niet gewend is aan mondige burgers en doorgaans niet haar uitspraken hoeft te verantwoorden. Maar deze beklaagden zijn intelligent, en niet bang. Al-Qahtani: ‘Zij die dit pad [van hervorming] hebben gekozen zijn er klaar voor om naar de gevangenis te gaan. Wij zijn niet bang voor de gevangenis.’
De heren gaan voortdurend in discussie met de rechter, geven scherpe argumenten en brengen de rechter en de openbaar aanklager voortdurend in het nauw. Zoals in deze dialoog:

Rechter Hamad al-Omar: ‘Het is verboden [volgens de Sharia-wetgeving] om onderdrukkende leiders te verstoten.’
Dr. al-Hamid: ‘Bashar [al-Assad] is een onderdrukker.’
Rechter: ‘Bashar [al-Assad] is democratisch gekozen.’
Dr. al-Qahtani gaf de rechter een korte geschiedenisles over de militaire coup die de familie Al-Assad in Syrië aan de macht bracht.
Dr. al-Hamid: ‘[Klaarblijkelijk] pleit u voor een militaire coup.’

Helaas wordt uit de verslagen echter ook duidelijk dat – goede argumenten ten spijt – de kans groot is dat de rechter hen hoe dan ook schuldig acht. Daarom is het van belang dat de buitenlandse druk op het Saudische rechtssysteem groot blijft. De Saudische overheid wil graag haar goede relaties met onder andere de EU behouden en probeert dan ook zo weinig mogelijk ruchtbaarheid te geven aan dit soort processen. Juist om die reden is het van essentieel belang dat Nederland laat zien dat we weten van het proces, dat mensenrechten hoog op de agenda van ons buitenlands beleid staan en dat we graag observeren in hoeverre deze rechtszaak eerlijk verloopt.

Roep daarom de Nederlandse ambassadeur in Saudi-Arabië op deze zaterdag de rechtszaak bij te wonen. Dit zal de laatste hoorzitting zijn voordat de rechter uitspraak doet, en dus de laatste kans om te laten zien dat Nederland geeft om deze mensenrechtenverdedigers!

Door Karin van der Weerd

27

12 2012

Uit de memoires van oud-minister van Pinxteren

Amsterdam, 30 augustus 2040.

Ik herinner het me nog als de dag van gisteren: het moment dat ik werd gevraagd om minister van het nieuwe superministerie van ELIBUZA te worden. Ik hoefde er niet lang over na denken, ik zei meteen ‘ja’.

Onder het tweede kabinet Rutte, dat in 2013 tot stand kwam, was besloten om het buitenlandse beleid nog steviger te verankeren in de Nederlandse economie, en om daartoe het deftige ministerie van Buitenlandse Zaken in zijn geheel te laten opgaan in het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie. Zo ontstond ELIBUZA.

Buitenlandse belangen werden vanaf toen vooral gezien als Nederlandse economische belangen in het buitenland. Ik vond dat een gezond en realistisch besluit. Het ging ons economisch zo slecht dat we internationaal gewoon te zwak stonden om ons te kunnen inzetten voor zoiets als de verdediging van de mensenrechten.

Helemaal vallen lieten we de mensenrechten niet: we baseerden ons voortaan op een theorie die al langer de ronde deed op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Die theorie luidde grofweg zo: we lopen in China tegen een blinde muur aan als we beginnen over de mensenrechten. China luistert gewoon niet, en daarmee is de hele mensenrechtendialoog verworden tot een rituele dans. Die kunnen we doorbreken door niet langer uit te gaan van wat wij zelf belangrijk vinden, maar door in te spelen op de behoeftes die er in China zelf leven, op zaken waarvan ook de Chinese overheid vindt dat ze verbetering behoeven.

We zetten bijvoorbeeld samenwerkingsprojecten op voor het trainen van Chinese rechters, want dat is haalbaar en nuttig. We zien af van de directe confrontatie met China op die punten waarvoor China toch ongevoelig blijkt.

Die theorie paste bij het idee dat mensenrechten toch al lang niet meer als universele, maar als typisch westerse waarden werden gezien, zowel door China als door ons.

Van grote invloed op mijn besluit was ook dat de meeste EU-landen een vergelijkbaar standpunt innamen. Als wij als Nederland maar eenzijdig bleven hameren op die mensenrechten, dan stelde ons dat ten opzichte van andere Europese landen gewoon op achterstand. Onze nieuwe boodschap was helder: China had het recht om zelf te bepalen hoe het met zijn eigen bevolking omging, wij in Europa konden niet langer de arrogantie hebben dat we wisten wat goed was voor China. Zeker niet omdat die arrogantie ons ook steeds meer direct in onze portemonnee kon raken. China was tenslotte geen economische dwerg als Birma of Zimbabwe.

De Verenigde Staten waren woedend over mijn besluit. Clinton belde me persoonlijk om te vertellen dat we daarmee niet alleen de universele waardigheid van de mens te grabbel gooiden, maar ook om me te waarschuwen voor de gevolgen. China zou ons niet langer serieus nemen, zei ze. Ik moest lachen toen ik dat hoorde: China zou ons vanaf nu juist veel serieuzer nemen en ons veel meer gunnen, zeker ook op economisch vlak. Daarvan was ik overtuigd.

Ook uit kringen rond de Chinese Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo bereikten mij protesten. Zij wezen me erop dat ik de dissidente beweging in China ernstig zou ondermijnen met mijn besluit. Als zelfs het Westen liet blijken dat de mensenrechten als het erop aan kwam niets meer waren dan een luxespeeltje in tijden van economische overvloed, hoe moesten zij de Chinese leiders er dan nog van overtuigen dat mensenrechten juist een universele sleutel tot stabiliteit konden zijn, en dat een systeem op den lange duur veel beter kon overleven als het zich omvormde tot een volwaardige rechtsstaat?

Dat deel van China dat vond dat China zich assertiever en agressiever moest opstellen tegenover Europa, voelde zich juist gesterkt. Europa toonde er in hun ogen mee aan hoe zwak het zich voelde. Als Europa bereid was om op dit punt toe te geven,dan zou het ook op andere punten vast wel gevoelig blijken voor Chinese druk.

Dat zij er zo over dachten, hadden wij niet verwacht. Waar wij hadden verwacht dat China ons met meer respect zou behandelen, nam het Chinese respect voor Nederland juist af. Clinton kreeg dus gelijk.
Mijn besluit had nog een effect dat ik niet had voorzien. Dat de rechtsstaat, voor zover aanwezig in China, zou verzwakken, hadden we wel voorspeld. Maar de concrete gevolgen voor de Chinese economie van zo’n zwakke rechtsstaat hadden we veel minder goed ingecalculeerd. De kloof tussen arm en rijk nam toe. Boeren en woningbezitters konden zich moeilijker verweren tegen de onteigening van hun land of woning, journalisten hadden nog minder mogelijkheden om economische misstanden, corruptie aan de top of milieuschandalen aan de kaak te stellen. Kleine ondernemers konden minder doen tegen afpersing door de politie. De middenklasse ontwikkelde geen politiek stemgeluid, het werden geen geëmancipeerde burgers, maar meer en meer mensen zonder enige burgerzin die leefden in de cocon van gezin en werk.

De spanningen tussen arm en rijk namen toe en kwamen steeds vaker tot uitbarsting. In China dreigde instabiliteit, en instabiliteit in China zou ook leiden tot de instabiliteit in de wereld. China raakte steeds meer geobsedeerd door het met man en macht voorkomen van chaos en onlusten. De veiligheidsdienst maakte een ongekende groei door.

In Nederland zelf leek mijn besluit in het begin alleen maar gunstig uit te pakken. De Chinese investeringen in Europa namen toe ten koste van de investeringen in de VS en de Nederlandse economie trok weer aan. De banden met China werden inniger. We hadden China toen nog veel te bieden, niet alleen met onze havens en logistiek, maar ook wat betreft hoogtechnologische kennis waarvoor China zeer veel belangstelling had. Ik was een populaire minister bij het Nederlandse bedrijfsleven en een graag geziene gast in China.

Maar Chinese bedrijven begonnen zich, toen ze eenmaal onmisbaar waren geworden voor onze economie, steeds meer te bemoeien met de manier waarop onze samenleving was georganiseerd. Waarom was het bijvoorbeeld nodig dat onze media zo negatief berichtten over het feit dat Nederlanders wel als werknemers, maar niet als directeuren gewenst waren binnen Chinese bedrijven? Konden er geen regels komen die voorschreven welke onderwerpen wel, en welke onderwerpen niet behandeld mochten worden door de media? En was het niet mogelijk om China-vijandige elementen in de samenleving preventief in hechtenis te nemen?

Ik zag uiteraard niets in die Chinese plannen, die zeer indruisten tegen de principes van onze rechtsorde. Toch moest ik op steeds meer punten toegeven. We konden ons als Nederland gewoonweg niet veroorloven om China weg te jagen: onze technologie kende voor China allang geen geheimen meer, en ook Piraeus en Antwerpen waren mooie Europese havens. Wij waren inmiddels veel afhankelijker van China dan China van ons.

In onze maatschappij was iets geslopen dat maakte dat de mensen zich niet helemaal vrij meer voelden. Maar ja, wat konden we doen? Ook nam de ongelijkheid tussen arm en rijk in Nederland zelf toe, en ook onze burgers verloren hun laatste restje interesse in de politiek.

Nu ik dit zo opschrijf, moet ik opeens denken aan een vergeten dichtregel uit een vergeten oorlog. Lang geleden, toen ik nog student politicologie in Amsterdam was, fietste ik vaak langs het Weteringplantsoen. Daar stond: “Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.” Die tekst is inmiddels weggehaald op verzoek van de Chinese eigenaren van Heineken, dat zijn kantoor direct aan het plantsoen heeft. Ze vonden niet dat de dichtregel significant bijdroeg aan de stabiliteit van Amsterdam.

Over de auteur:
Garrie van Pixteren is als Chinadeskundige verbonden aan Instituut Clingendael en als docent Journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was zij correspondent in China voor NRC Handelsblad en de NOS.

01

09 2012

Solidariteit bij Budapest Pride

Op 18 juni werd in de Hongaarse hoofdstad voor de zestiende keer de Budapest Pride gehouden. Sinds drie jaar steunt Amnesty deze oudste pride van Oost-Europa.

Op het eerste gezicht lijkt het misschien wat vreemd, Amnesty doet mee aan een LGBT-parade (LGBT staat voor Lesbian, Gay, Bisexual,Transgenderin een land waar al sinds 1997 gayprides gehouden mogen worden. In tegenstelling tot de meeste buurlanden worden LGBT’ers in Hongarije juist wel getolereerd. In 2009 is er zelfs een beperkte vorm van geregistreerd partnerschap ingesteld voor stellen van hetzelfde geslacht. Waarom is het dan nog nodig voor een organisatie als Amnesty om hier te strijden voor LGBT-rechten?

Desondanks staan ook in Hongarije de rechten van LGBT’ers nog altijd onder druk. In februari probeerde de politie van Boedapest nog een parade te verbieden omdat deze volgens hen ‘verkeersproblemen’ zou veroorzaken. Door actie van onder andere Amnesty is dit toen voorkomen. Ook is dit jaar een nieuwe grondwet in werking getreden waarin geen verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid is opgenomen. In deze grondwet is het huwelijk daarnaast expliciet gedefinieerd als een verbintenis tussen man en vrouw. De Budapest Pride probeert een weg te banen naar meer LGBT-rechten in Hongarije.

Gemengde gevoelens
Jarenlang is de Pride vreedzaam verlopen, maar sinds 2007 proberen gewelddadige tegenstanders het evenement te verstoren. Er zijn in de afgelopen jaren verschillende deelnemers in elkaar geslagen en in 2008 is er een Hongaarse parlementariër verwond tijdens zijn bezoek aan de Pride.

Marieke Rodenburg en ondergetekende zijn samen met activisten van negentien verschillende Amnesty-secties op de Budapest Pride van dit jaar afgekomen om mee te strijden voor de LGBT-rechten. Samen met de kleine, maar zeer actieve Hongaarse sectie was Amnesty dit jaar prominent aanwezig.

Voorafgaand aan de Pride verzamelden de verschillende Amnesty-afdelingen zich voor een veiligheidsbijeenkomst. Het zou dit jaar namelijk zomaar weer uit de hand kunnen lopen door protesten van tegenstanders. Met gemengde gevoelens begaven de activisten zich naar het plein waar gestart zou worden. De start werd officieel ingeluid met een toespraak onder andere Stuart Milk, niemand minder dan de neef van de bekende Amerikaanse LGBT-activist en politicus Harvey Milk. De sfeer was vervolgens net zo feestelijk als de Amsterdamse grachtenparade: feestelijke muziek, vrolijke kleuren en dansende mensen die hun vrijheid vieren.

Teken van hoop
Toeschouwers bekeken het spektakel nieuwsgierig. De meesten ontvingen de Pride-gangers vriendelijk: sommigen dansten zelfs mee en velen zwaaiden naar de boten. Tussen al die toeschouwers vielen twee meisjes van een jaar of vijf die zwaaiden extra op, een ontroerend moment. Deze twee jonge kinderen die zich zo onbezonnen open opstelden naar de Pride-gangers toe, dat was als een teken van hoop voor een verdraagzamere toekomst.

Maar er waren helaas ook tegenstanders. Zo liet een oudere vrouw weten dat ‘men dat soort perversiteit voor zichzelf moest houden’. Zij was niet de enige die het niet eens was met de festiviteiten. Op een groot plein langs de route wachtten enkele honderden tegendemonstranten. Een aantal feestgangers en activisten moest van de politie een zijstraat in om de tegendemonstranten te ontwijken. Hoe intimiderend dit ook was, het gaf vooral een gevoel van strijdlust.

Door deze polarisatie tussen voor- en tegenstanders van rechten voor LGBT’ers en door de onwil van de regering blijkt dat Hongarije nog een lange weg te gaan heeft. Tot die tijd blijft Amnesty prides in de regio steunen.

Brendan Monaghan
LGBT-medewerker bij Amnesty International

01

07 2011

Pinochet

Op de dag van de rechten van de mens, 10 december 2006, overleed in Santiago Augusto Pinochet. Ik realiseerde mij die dag hoe deze man ook mijn leven heeft bepaald. Door deze man hebben vluchtelingenrecht en mensenrechten mij nooit meer losgelaten. Mijn herinneringen gingen terug naar de discussies in de gemeenschappelijke keuken van mijn Rotterdamse studentenflat over de staatsgreep tegen Allende in september 1973.

Het waren mijn laatste maanden daar, bezig met het schrijven van mijn scriptie over de juridische en sociale status van asielgerechtigden. Ik was al een paar jaar als vrijwilliger betrokken bij de opvang van asielzoekers in Rotterdam, toen vooral dienstweigeraars en deserteurs uit Portugal, die niet wilden meedoen aan de koloniale oorlogen in Angola en Mozambique. En mijn scriptie ging ook over hun juridische status. Door mijn vrijwilligerswerk kende ik de landelijke organisatie (en zij mij): de Federatie Vluchtelingenhulp, een verre voorloper van VluchtelingenWerk. Ergens in november 1973 werd ik gebeld in de bibliotheek, waar ik druk bezig was mijn scriptie af te ronden. Of ik wilde komen helpen op het landelijk bureau, nu de regering had besloten 250 vluchtelingen uit Chili uit te nodigen.

Het was Max van der Stoel die persoonlijk -tegen ambtelijk advies in- in de eerste dagen na de staatsgreep de deuren van de Nederlandse ambassade in Santiago had opengezet. In oktober 1973 nam hij het initiatief om 250 vluchtelingen naar Nederland uit te nodigen; een groep bestaande uit de mensen die naar de ambassade waren gevlucht en vluchtelingen uit andere Latijns-Amerikaanse landen, die van Allende asiel in Chili hadden gekregen, maar nu als eerste het land moesten verlaten en tijdelijk werden opgevangen in UNHCR-safe heavens.

December 1973 meldde ik mij bij het kantoor van de Federatie aan de Van Eeghenstraat in Amsterdam. Mijn eerste baan, heel tijdelijk en aanvankelijk op basis van een dagdeelvergoeding. Sindsdien hebben al mijn activiteiten met vluchtelingen, vluchtelingenrecht en mensenrechten te maken gehad. Dat ging door mij heen die dag in december 2006.

Maar er was meer. Ik herinnerde mij ook weer hoe Pinochet in oktober 1998 in Londen op Spaans verzoek onder huisarrest werd geplaatst; hoe voor het eerst de immuniteit van (ex-)staatshoofden werd doorbroken. Het internationale recht had zich eindelijk zover ontwikkeld, dat ook zij zich niet langer aan hun verantwoordelijkheid voor mensenrechtenschendingen konden onttrekken. Tegen alle claims van immuniteit in kunnen de rechten van de mens voortaan internationaalrechtelijk gehandhaafd worden en kunnen daders als Pinochet voor hun mensenrechtenschendingen worden vervolgd. Ik weet het wel; na veel juridisch en politiek getouwtrek werd Pinochet niet aan Spanje uitgeleverd, omdat hij zogenaamd mentaal te ziek was en mocht hij naar Chili terugkeren. Maar toch ….het zaad was gezaaid. Ook in Chili werd uiteindelijk zijn onschendbaarheid opgeheven en werd hij vervolgd, al is het door ziekte en dood niet meer tot een veroordeling gekomen.

Wat met Pinochet begon heeft in 2002 zijn voorlopig hoogtepunt gevonden in het Internationale Strafhof in Den Haag. Daders van mensenrechtenschendingen gaan nimmer meer vrijuit. Dit is misschien wel de grootste verworvenheid na 50 jaar Amnesty International. Mensenrechten hebben in het Strafhof hun handhaving gevonden.

Roel Fernhout

Roel Fernhout is hoogleraar migratierecht en rechtsbescherming aan de
Radboud Universiteit te Nijmijgen en oud-Nationale ombudsman. Hij was
van 1988-1992 voorzitter van de Nederlandse sectie van Amnesty
International en vice-voorzitter van 1982-1986
.

31

05 2011

Zij hebben een naam en leefden met ons

Ze heetten Soh Sung, Lobsang Dolma, Jacqueline Murekatete, Gary Graham en Mariano Navarro Huachaca. Hun namen kwamen voor in de rapporten van Amnesty International die in de jaren negentig vaak op woensdagochtend openbaar werden gemaakt. De Nederlandse omroepen, toen nog stevig verzuild, besteedden er gemiddeld twee minuten aan in hun nieuwsbulletins. Vooral gericht op de bolle feiten: hoeveel politieke gevangenen, hoeveel buitengerechtelijk executies en waartoe roept Amnesty de regering op? Alleen al het uitspreken van ‘buitengerechtelijke executies’ nam kostbare tijd in beslag.

Lobsang Dolma was een Tibetaanse non en ze was gevangen genomen door de Chinese regering. Om haar medegevangenen te kunnen bereiken, ze wat gerust te stellen, zong zij liedjes vanuit haar cel. Ze werd erom doodgeranseld. Haar verhaal kenschetste de situatie van de zwaar onderdrukte Tibetanen beter dan de cijfermatige feiten. Hoe onthutsend ook het gegeven dat China wel 68 redenen kende om de doodslag op te leggen, het persoonlijk verhaal van één mens vond onmiddellijk en ongehinderd z’n weerklank bij de luisteraar voor wie mensenrechten wezenlijk invoelbaar werden.

Ik heb het altijd de grootste kracht gevonden van Amnesty om juist de mensen om wie het ging een naam te geven, een gezicht als het kon, en hun persoonlijke situatie te beschrijven waardoor mensen haast als vanzelf in actie kwamen. Verontwaardigd, geschrokken en gedreven om ‘iets’ te kunnen doen. Al was het een kaart sturen naar een gevangene. Zoals naar Soh Sung die ik nooit meer vergeet.

Als 18-jarige student in Zuid-Korea had hij op straat folders uitgedeeld waarin de regering werd aangemaand de vrijheid van meningsuiting te respecteren. Soh Sung werd gearresteerd en uit angst zijn kameraden te verraden, poogde hij zichzelf in brand te steken op de trap voor het politiebureau. Een gevangenschap van 19 jaar volgde, waaronder zes jaar in eenzame opsluiting. Een welwillende gevangenenbewaarder gaf Soh Sung op een dag een ansichtkaart die aan hem was gericht: ‘Groeten uit Appelscha’ stond erop. Die kaart, vertelde Soh Sung, gaf hem de kracht om te overleven. Ergens in de wereld werd aan hem gedacht. Waar Appelscha lag, wist hij niet. Maar hij is er vele malen geweest in die 19 jaar.

het boek Conscience be my Guide van Geoffrey Bould, waarin getuigenissen van politieke – en gewetensgevangenen zijn opgenomen, heeft lange tijd naast mijn bed gelegen. In de negen jaar waarin ik Amnesty’s woordvoerder was, spookten de rapporten met verhalen over gevangenen nog wel eens door mijn hoofd. In Bould’s boek vertelden de slachtoffers hoe zij in gruwelijke omstandigheden erin slaagden hun geest in ‘vrijheid’ te houden. Hoe zij tijdens hun gevangenschap en de soms dagelijkse martelingen vasthielden aan hun persoonlijke overtuigingen en hoe hun gedachten daarbij vrienden werden die hen bij de hand namen.

Na zijn vrijlating bezocht Soh Sung de mensen in Appelscha die hem en zijn regering al die jaren onvermoeibaar hadden geschreven. En hij bezocht ons secretariaat, toen nog aan de Keizersgracht. Op een namiddag interviewde ik hem daar in de tuin waar hij mij vertelde over zijn jaren in gevangenschap. Zijn zwaar verbrande gezicht waarin geen wimper was teruggekomen, werd verlegen toen ik naar zijn toekomst vroeg. Soh Sung had nog nooit een vriendin gehad. Te jong toen hij gevangen genomen werd, te onttakeld naar zijn gevoel om er ooit nog een te krijgen. Dankzij het relief fund van Amnesty International werd Soh Sung datzelfde jaar nog behandeld in een kliniek in Kopenhagen, waar plastisch chirurgen hem vakkundig oplapten. En anderhalf jaar later lag er een ansichtkaart in mijn postvakje. Van Soh Sung die er een foto bij had gestopt waarop hij met zijn arm om de schouders van een Zuidkoreaanse stond.

Amnesty International heeft in haar 50-jarig bestaan miljoenen mensen bij elkaar gebracht.

Soh Sung, Lobsang Dolma, Jacqueline Murekatete, Gary Graham en Mariano Navarro Huachaca waren een Zuidkoreaanse student, een Tibetaanse non, een Rwandese activiste, een onschuldige zwarte jongen in een Amerikaanse dodencel en een vermoorde Peruaanse vakbondsleider. Zij hebben een naam en leefden met ons.

Maud Bredero
In de jaren 1990-1998 was Maud Bredero
woordvoerder van Amnesty Nederland.
Nu ben ik communicatie-adviseur
van de Utrechtse Burgermeester.

30

05 2011

Africa’s illegal love

Weer een homo vermoord in Oeganda, wéér een lesbo vermoord in Zuid-Afrika. Elders in de wereld wordt hard gewerkt aan economische vooruitgang, maar de voorkeur van te veel Afrikaanse leiders is hun land steeds verder in het zand te laten wegzakken, terwijl zij zichzelf en hun eigen clan verrijken.

Na zeven jaar Afrika-verslaggeving is het een vreugde om nu alweer twee jaar in Oost-Azië te werken. De fly-overs voor snelwegen en sneltreinen doen denken aan Duckstad, de droomstad van Donald Duck waar auto’s over de weg zweefden. De wijdvertakte trein- en metrostelsels die zo efficiënt werken; de gebouwen die zo hoog zijn, dat het een kunst is een lift te vinden die naar de juiste verdieping snelt, de ontelbare restaurants met een goddelijke keus aan gerechten en een rappe bediening. Al die technische snufjes…

Nee, dan mijn speurtocht in Luanda naar een supermarktje, of mijn pogingen in Kinshasa iets anders te eten te krijgen dan gebakken banaan. Altijd dat karige ontbijt van ei en oude toast waar je een uur voor moet uittrekken omdat de bediening zo traag is. Een half uur doen over het verzenden van één email (Addis Abeba). Ellenlange wandeltochten in de hitte in Zuid-Soedan, Kenia of Togo omdat er geen openbaar vervoer is. Nooit meer langs zandzakken gefouilleerd worden of een hotel binnengaan met een grote verbodssticker voor geweren. De hordes hongerige kinderen, de verkrachtingen, uitzichtloosheid en ellende achter me gelaten.

Toch blijft het verbazen en irriteren, dat zwarte continent. Bijvoorbeeld de wetenschap dat in Afrika alleen de regering van Rwanda serieus over gezinsbeperking nadenkt. Drie kinderen per familie is daar nu het streven. Aangezien China in 1980 begon met het éénkindbeleid, en anno 2011 nóg doorgroeit, staat zelfs de beperking tot drie nog decennia garant voor een flinke bevolkingstoename.

En hoe moet dat dan, als er in 2050 twee miljard Afrikanen zijn? Hoe zit het met hun recht op een woning, voedsel, drinkwater? Iedereen kan op zijn vingers natellen, dat dat niet haalbaar is. Nu zijn er al tekorten, lijden te veel mensen honger en dorst, laat staan als de bevolking verdubbeld is, de grond nog verder geërodeerd en verdroogd. Maar op een paar uitzonderingen na, stevent het zwarte continent nog steeds op de afgrond af. De leiders – Gbagbo, Kabila, Mugabe, Meles, Isayas, Dos Santos, Kibaki, Wade, Museveni – zijn te egocentrisch om de koers om te gooien.

In die neergang is het voor hen en hun vrienden op hoge posities in kerk en moskee, nog steeds fashionable om af te geven op homoseksuelen. In bijna veertig Afrikaanse landen zijn same-sex relaties strafbaar, Soedan, Noord-Nigeria en Mauretanië kennen er zelfs de doodstraf voor. Oeganda denkt erover de doodstraf hiervoor in te stellen: en dat in het land van de Boeganda, die zelf ooit een koning hadden die homo was!

Maar volgens dictators horen homo’s bij hen ‘niet thuis’. De elite is zo slecht geïnformeerd dat ze de vaderlandse geschiedenis niet kent. Same-sex relaties waren er al lang voordat deze oude despoten op hun knietjes rondkropen. Vrouwen daar hadden houten dildo’s voordat hier de siliconen versie werd uitgevonden.

Zelfs in paradijsje Nederland hebben Afrikaanse homo’s veel problemen vanwege de vooroordelen van de Afrikanen (veelal vluchtelingen) om hen heen. Het maakt me verdrietig dat juist degenen die onderdrukking ontvlucht zijn, toch weer een andere minderheidsgroep vinden om op neer te kijken. Ik word er moe van om na 25 jaar in mijn eigen mooie stad, nog steeds dezelfde vooroordelen te moeten weerleggen. Het doet me pijn dat mijn eigen Afrikaanse vrienden – stuk voor stuk begaan met mensenrechten – mijn lesbische vriendinnen niet accepteren. Laat staan dat ze weten dat ik zelf vroeger zó was.

Bekijk op YouTube mijn filmpje ‘Africa’s illegal love’ en hoor zelf wat Afrikaanse Nederlanders van het onderwerp vinden…


Door Sybila Claus, buitenlandredacteur bij Dagblad Trouw.

27

05 2011

Parade in Nanking / Executies in Nanking

Het is druk in de stad. Boeren uit de wijde omgeving zijn naar Nanking gekomen. Ze verdringen zich, maar voor wat? Dan komt een oude legertruck de hoek om. Drie kaalgeschoren mannen staan voorin de laadbak. Ze hebben een bord om de nek met Chinese karakters, kop naar beneden geduwd door een jonge soldaat. De rest van de truck is gevuld met nog veel meer soldaten. De bajonetten blikkeren in de zon. En dan volgt nog een truck, nog een en nog een.

Wat is dit, vraag ik de vrouw die naast me staat. Het blijken ter dood veroordeelden te zijn, op weg naar hun executie. Die executie vindt plaats in het stadion even buiten de stad. Ze krijgen een kogel in de nek. De familie moet de kosten van die kogel betalen, 10 cent. Niemand van de omstanders twijfelt aan de schuld van de mannen die ter lering en vermaak aan het volk worden getoond. ‘Rotte appels, die moet je verwijderen uit de mand, anders infecteren ze de rest.’

Eerder had ik al aanplakbiljetten gezien in de stad. Witte posters met namen en misdaden in zwarte karakters en in rood een grote, sierlijke V erdoorheen geschilderd. Het voelt middeleeuws, massa’s mensen die uitlopen om een executie te zien. Ik ga niet naar het stadion.Een week later zit ik op mijn kamer op de universiteit. Ik hoor rumoer op straat. Onder mijn raam door dezelfde vrachtwagens, kaalgeschoren mannen en bajonetten. Ik tel er tien. Met meestal drie terdoodveroordeelden erop.

Het is 1983. We zitten middenin de campagne tegen ‘geestelijke vervuiling’. Sinds 1979 staat de Chinese deur op een kier, daarom kan ik ook een jaar in Nanking studeren. Maar de openheid gaat met horten en stoten. In deze campagne wordt van alles aangepakt: moord en doodslag natuurlijk, en corruptie. Maar soms is het blijkbaar dringend nodig om het stelen van fietsen te ontmoedigen en dan staan er fietsendieven op de posters met de rode V.

Als toeschouwer kan ik op dat moment niet veel doen, maar ik besef dat het belangrijk is dat informatie uit dit gesloten land doorsijpelt naar de buitenwereld. De executies worden geregistreerd door internationale mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International. Door het optellen van al die executies in het hele land ontstaat er een duidelijk patroon. En dat patroon leidt tot een actie tegen de doodstraf in China.

Ardi Brouwers is
Adjunct hoofdredacteur
van Radio Nederland
Wereldomroep.

26

05 2011

‘Het zaadje van de ervaring is uitgegroeid tot plant’

Toen ik net begon te studeren werd ik lid van Amnesty International. Daaraan lag geen spraakmakende gebeurtenis ten grondslag. Ik werd lid uit idealisme en omdat ik vond dat dat hoorde bij mijn nieuwe status als student in een vrij land. Vrijheid verplicht.

Toen ik afstudeerde maar nog niet meteen werk had was het daarom tamelijk voor de hand liggend dat ik vrijwilliger werd bij het secretariaat van Amnesty. Ik woonde immers in Amsterdam en dit zou de zinnigste besteding van mijn tijd zijn. En ik heb nooit spijt gehad van die niet eens zo weloverwogen beslissing. Want ik kwam te werken in een omgeving van gedreven maar ook aardige mensen, waar creativiteit en vernieuwing belangrijk waren om misstanden in de wereld aan de kaak te stellen. Waar ik veel nieuwe dingen zou leren, veel nieuwe ervaringen opdoen. En ik ging het werk tegen de doodstraf doen. In die tijd, midden jaren ’80, was de doodstraf nog in gebruik bij veel landen en werd die straf nog door velen gezien als behorend het recht van een overheid. Ook in Europa, ook in Nederland. Ik ben me er toen goed in gaan verdiepen, heb acties opgezet, eindeloos veel discussie meegemaakt, ook op radio en TV en in kranten, heb artikelen geschreven en uiteindelijk zelfs een boek over de dood als straf. Wat me fascineerde was niet zozeer het lugubere of mystieke van de doodstraf, maar het feit dat een overheid beschikt over het leven van een mens en daar de ultieme beslissing over neemt. Als een god. Zonder dat daar een noodzaak toe is en terwijl er voldoende alternatieven zijn. Die machtsaanwending zie je ook in andere mensenrechtenschendingen zoals foltering, maar hier in zijn uiterste consequentie. En dat dan ook nog in naam van het recht!

Dat zie ik als de kern van mensenrechten en dat is één van de weinige dingen waar ik nog echt in geloof: dat er altijd mensen zullen zijn die naar onbeperkte macht streven en dat de enige manier om dat tegen te gaan is door het maken van sterke instituties en dat de beste institutie het recht is. Recht dat voor iedereen geldt, zonder uitzondering. Recht dat in staat stelt om een draagbaar leven te leiden. Recht dat wereldwijd verwezenlijkt moet worden.

Al met al is dit een ervaring geworden die mijn leven nog steeds kleurt, ook al ben ik geen vrijwilliger voor Amnesty meer. In mijn werk heb ik bijvoorbeeld veel aandacht kunnen besteden aan corruptiebestrijding wereldwijd. Als iets ondermijnend is voor het recht, dan is het corruptie. Politieagenten die zich om laten kopen, maar vooral ook rechters die vonnissen verkopen aan de hoogste bieders en politici die niet het algemeen belang nastreven, of het belang van hun kiezers, maar uitsluitend dat van henzelf en hun familie. Dat ondermijnt het vertrouwen van de mensen in de instituties en in het recht. Maar het ondermijnt ook de economische ontwikkeling, want welke ondernemer wil iets opstarten in een omgeving waar je niet aankunt op de regels die er zijn, het recht, en waar criminelen je concurrenten zijn?

Je zou me dus nog steeds een vrijwilliger van Amnesty kunnen noemen; het zaadje van de ervaring die ik opdeed is uitgegroeid tot een plant of een boom die ik nog steeds koester.

Hans Abma was vrijwilliger bij Amnesty en lid van het bestuur en voorzitter van Amnesty Nederland. Hij schreef het proefschrift Gerechtigheid zonder beul (1997) en werkt momenteel bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

25

05 2011

‘Hij had afschuwelijke littekens op zijn rug, brandmerken van hoefijzers’

Grote indruk op mij maakte de zaak van een Turks Koerdische dienstweigeraar S.C. die rond het jaar 2000 asiel zocht in Nederland. Hij had afschuwelijke littekens op zijn rug, brandmerken van hoefijzers. Hij was naar Nederland gevlucht als dienstweigeraar omdat de situatie van Koerdische jonge mannen in het Turkse leger erbarmelijk was, omdat de mogelijkheid van dienstweigering in Turkije niet bestond en hij dus zware bestraffing had te vrezen en omdat hij vreesde als dienstplichtige te worden ingezet tegen zijn eigen volk, de Koerden in Oost-Turkije.

Maar zijn asielverzoek werd afgewezen en hij werd met identiteitskaart en al overgedragen aan de Turkse autoriteiten. In Turkije werd hij gemarteld. Daarna is hij opnieuw naar Nederland gevlucht. Hij vertelde dat Turkse autoriteiten de hoefijzers in zijn rug hadden gebrand. Omdat hij was geblinddoekt kon hij niet zeggen of het politieagenten waren of militairen die hem martelden.

Ik had meer voorbeelden gezien van marteling. Hoewel gruwelijk, was het niet alleen de ernst van de marteling die zoveel indruk op me maakte. Ik was vooral geschokt doordat de zichtbaar getraumatiseerde en gemartelde jongeman niet werd geloofd door de Nederlandse overheid en dat die overheid zich er in het geheel niet verantwoordelijk voor voelde dat zij de jongeman had teruggestuurd. Er werd zelf gesuggereerd dat hij de littekens opzettelijk zelf zou hebben aangebracht (of zou hebben laten aanbrengen) om maar asiel in Nederland te krijgen! Asielverzoeken in Nederland werden en worden vaak afgewezen op grond van ongeloofwaardigheid.

Natuurlijk, het is bijna niet te geloven dat mensen elkaar zulke vreselijke dingen aandoen, maar we weten dat het gebeurt en in dit geval was het onvoorstelbaar dat de overheid twijfelde aan de geloofwaardigheid van S.C.. Behalve de zichtbare littekens op zijn rug was er een overstelpende hoeveelheid informatie over de slechte mensenrechtensituatie in het Turkse leger en op politiebureaus. Er was veelzeggende jurisprudentie van het Europese Hof van de Rechten van de Mens uit 1997 over de Turkse dienstweigeraar Suleyman Aksoy die een vergelijkbaar relaas had. Bovendien had de Nederlandse Rechtseenheidskamer in 1995 in de zaak van de Armeense dienstweigeraar Antikian gedetailleerd uiteengezet wanneer een dienstweigeraar of deserteur als vluchteling moet worden beschouwd. Dat is onder andere het geval als hij discriminatoire of onevenredige bestraffing vreest en ook als hij gegronde vrees heeft in een conflict te worden ingezet tegen zijn eigen volk of familie. De afwijzing van het asielverzoek was schokkend, de zaak was zó evident dat juist tot kennelijk gegrond verklaring had moeten worden besloten.

Amnesty zette zich met succes in voor S.C. Ook dat maakte indruk op me. Het gaf me het sterke gevoel: we doen er toe, we maken verschil. Amnesty schakelde een arts in van de medische onderzoeksgroep die een rapport uitbracht over de psychische gesteldheid van S.C. De afdeling vluchtelingen schreef een zogenoemde justitiebrief, een uitvoerige brief met argumenten waarom hij als vluchteling zou moeten worden erkend. Er werd een landenbrief van Amnesty bijgevoegd over de situatie in Turkije waarin veel aandacht werd besteed aan marteling en dienstweigering en de inzet van Koerdische dienstplichtigen tegen hun eigen volk. S.C. mocht in Nederland blijven, ondanks het wantrouwen van de overheid maar dankzij de inspanningen van Amnesty International.

Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van Amnesty International bloggen een aantal amnesty-activisten over hun relatie met de organisatie. Ashley Terlouw is hoogleraar Rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en voormalig hoofd van de afdeling vluchtelingen van Amnesty International Nederland.

18

05 2011

Momenten van hoop

In april 1945 beleefde ik met mijn moeder en zus ‘De Bevrijding’ in een Twents dorp. Vijf van vijftien jaren was ik opgegroeid in bezet land. Het was overweldigend; het gevoel van opluchting, vrijheid en hoop. Ongekend. Extra blijdschap toen mijn vader in juni veilig terugkwam uit krijgsgevangenschap.

In september 1946 begon mijn opleiding tot zeeofficier. Tijdens de ontgroening maakte ik incidenten mee die niet door de beugel konden. Later besefte ik dat intimidatie en vernedering aan de bovenzijde van een hellend vlak liggen.

Het begrip mensenrechten als zodanig leefde in Nederland niet erg en kwam binnen de marine zeker niet aan de orde. Vanaf 1961 werd het snel concreet gemaakt door Amnesty International, dat in het begin de focus legde op gewetensgevangenen en in bredere zin op de fundamentele rechten en vrijheden, die voor mij ook wezenlijk zijn.

Het eerste persoonlijke moment van bewustwording was in 1970 toen ik de twee delen Ondergang | De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 van Dr.J.Presser las. De ontstellende omvang en de meedogenloze planning emotioneren mij tot op de dag van vandaag. Het lezen van dit boek effende de weg naar het lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging ter Bescherming van de Vrijheid van Meningsuiting ‘Amnesty International’. Déze vrijheid is voor mij de meest bepalende.

In september 1974 schreef ik een uitvoerig artikel voor het Militair Rechtelijk Tijdschrift met de titel: Martelingen. Het schrijf- en verdiepingsproces werd voor mij het persoonlijke moment/besluit om mij voortaan binnen het kader van Amnesty actief bezig te houden met de rol (ten kwade en ten goede) van militairen m.b.t. de mensenrechten.

In de zes jaren tot mijn functioneel ontslag lukte dat door met instemming van de minister van defensie samen met Peter Baehr een contactgroep Amnesty<>Krijgsmacht op te richten. In eerste instantie probeerden wij wederzijdse vooroordelen weg te nemen. Ook kreeg Amnesty toestemming om bij officiersopleidingen voordrachten te houden met films. In één van die films verdedigde de Franse generaal Massu het martelen van opstandelingen en in de andere zag je hoe een Griekse soldaat (Your neighbour’s son) door intimidatie, vernedering en brainwashing een beul werd.

In die zes jaar viel ook de periode dat ik commandant was van een fregat. Ik besprak met mijn officieren de dilemma’s waar wij voor konden komen te staan. Hoofdvraag: ”Wat doe je met een bovenwater gehaalde kikvorsman, die een kleefbom ergens onderwater tegen het schip heeft geplant?”.

Als voorzitter van AI Nederland beleefde ik het zwaarste persoonlijke moment in 1985. Ik ontmoette toen tijdens een internationale AI-missie naar Guatemala tientallen familieleden van verdwenen mensen, die niet zonder risico getuigenissen kwamen afleggen bij de AI-delegatie. De gezichten zijn mij altijd bij gebleven.

Persoonlijke momenten van hoop waren gebeurtenissen waarbij ik hetzelfde gevoel kreeg als bij de bevrijding in 1945: de Praagse Lente; de Val van de Muur; het moment dat Mandela de gevangenis verliet; de jongeren op het Tahrirplein. De meest aansprekende herinnering heb ik aan de geweldloze revolutie in Portugal die op 25 april 1974 begon na een 40-jarig autoritair bewind. Gevolg was grote vreugde  tijdens de 1 mei viering waar sigaretten en anjers aan soldaten werden uitgedeeld. Er volgden binnenlandse hervormingen en in Afrika kregen de gekoloniseerde gebieden eindelijk zicht op onafhankelijkheid.

YouTube Preview Image

Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van Amnesty International bloggen een aantal amnesty-activisten over hun relatie met de organisatie. Dam Backer, oud-marineofficier, trapt af. Dam Backer is vanaf 1974 actief voor Amnesty. Door zijn vele activiteiten voor de mensenrechten, samen met gemotiveerde medewerkers en andere vrienden, voelt hij zich nog steeds betrokken.

16

05 2011

Over Mensenrechten Vandaag

Op dit weblog schrijven Amnesty-medewerkers over mensenrechten. Over Amnesty-rapporten en actuele gebeurtenissen. Over wat er in het nieuws is, en wat in het nieuws zou moeten zijn.

 
Mensenrechten Vandaag draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).