Vissen Nigeriaanse boeren in Nederland?
Op 11 oktober vindt de hoofdzitting plaats in een civiele rechtszaak die vier Nigeriaanse boeren samen met Milieudefensie hebben aangespannen tegen Royal Dutch Shell (RDS) en haar Nigeriaanse dochteronderneming (SPDC). SPDC heeft in de ogen van de eisers onzorgvuldig gehandeld als het gaat om onderhoud van oliepijpleidingen en opruimen van gelekte olie op het grondgebied van de boeren. RDS wordt als moedermaatschappij nalatigheid verweten vanwege het niet voorkomen van de milieuschade.
In het geschil is onder meer de vraag of de olielekkages te wijten zijn aan slecht onderhoud of aan sabotage door derden. Een andere belangrijke vraag is of RDS aansprakelijk kan worden gehouden voor het handelen van de Nigeriaanse dochteronderneming. Nee, vindt RDS, die zeggenschap over het handelen van SPDC ontkent. Ja, zeggen de Nigeriaanse boeren. Zij wijzen erop dat RDS honderd procent aandeelhouder is van SPDC. Het ontbreken van een goede rechtsgang in Nigeria heeft de Nigeriaanse boeren doen besluiten om verhaal te halen in een Nederlandse rechtbank. Het recht op effectieve genoegdoening is een mensenrecht. Als dat in eigen land niet gerealiseerd kan worden, zou in dit geval het land waar de moedermaatschappij van de multinational is gezeteld uitkomst moeten bieden, aldus Amnesty. Is dat ook het geval?
‘Wie stelt, bewijst,’ is een belangrijk principe binnen het recht. Veel bewijsmateriaal dat de eisers nodig zeggen te hebben om hun klachten te bewijzen is in handen van de wederpartij. Het gaat om documenten over de aanleg, vervanging, technische specificaties en inspecties van betreffende pijpleidingen en over de zeggenschapsverhoudingen tussen de gedaagde ondernemingen. In 2010 wees de rechter een verzoek tot inzage van deze documenten af.
In het Nederlands burgerlijk procesrecht is de hoofdregel dat iemand de onder hem rustende informatie niet aan een ander ter inzage hoeft af te geven. Om wel inzage te krijgen moet een aparte procedure gestart worden waarin de eiser moet motiveren dat hij de betreffende informatie nodig heeft. Maar om dat te kunnen speelt de informatie van de wederpartij soms juist een essentiële rol. Het Nederlands recht verschilt in dit opzicht sterk van het Engelse en Amerikaanse recht, waar het verplicht is om bij aanvang van een civiele procedure opgave te doen van alle relevante bescheiden die partijen in hun bezit hebben. De schrijvers van het rapport ‘Fundamentele herbezinning Nederlands burgerlijk procesrecht “Uitgebalanceerd”’ (2006) stelden voor om ook in Nederland partijen te verplichten bij aanvang van het geding zo’n lijst te laten produceren.
Het wetsvoorstel dat inmiddels voorligt in de Tweede Kamer om het inzagerecht aan te passen heeft deze suggestie niet overgenomen. Het bouwt voort op de huidige wetstekst en jurisprudentie en leidt daarmee niet tot een noemenswaardige verruiming van het recht. De angst, mede ingegeven door VNO-NCW, voor ‘fishing expeditions’ is groot: jan en alleman zouden zo maar wat kunnen gaan hengelen naar informatie bij een ‘tegenstander’ om te kijken of dat stof biedt voor een zaak.
Amnesty roept op om waarheidsvinding centraal te stellen in de wijziging van het inzagerecht. Zo maar wat hengelen moet misschien worden voorkomen, maar voor waarheidsvinding moet vissen in troebel water wel mogelijk zijn.

Reacties