Bloedstollende finale van conferentie Wapenhandelverdrag
Het werd dan misschien niet de historische dag waarop de VN een Internationaal Wapenhandelverdrag aannam, onvergetelijk was hij zeker. Honderden diplomaten, vertegenwoordigers van ngo’s en media dromden samen in de conferentiezaal, de gangpaden versperrend en de veiligheidsmensen tot wanhoop drijvend. Voorzitter Woolcott vroeg de ngo’s om de stoelen van ineens veel talrijker verschenen diplomaten vrij te maken.
Nou moet ik bekennen dat ik ook wel eens in de zetel van Liga van Arabische Staten of van de International Seabed Authority zat omdat die altijd leeg bleven, maar dat verzoek viel toch niet in goede aarde bij NGO’s. Als iets duidelijk is geworden tijdens deze conferenties dan is het wel de doorslaggevende rol van de civil society bij de totstandkoming van dit verdrag. Zonder het initiatief van mijn goede oude Amnesty-collega’s en de niet-aflatende campagne en lobby van honderden organisaties hadden de regeringen van deze wereld hier niet twee weken gedelibereerd over een verdrag om de wapenhandel onder controle te krijgen.
Verwarrend en bloedstollend
Maar onderhandelen is natuurlijk voorbehouden aan staten, dus ik vertrok. Toen toch niet iedereen gehoor gaf aan die oproep besloot Woolcott de zaal maar helemaal te ontruimen. Het was een chaotisch begin van een lange, verwarrende en bloedstollende finale van de ATT-conferentie. We waren civil en volgden het debat in een tweede zaal met videoverbinding, die al even snel vol stroomde met overtollig ambassadepersoneel, officials, en ngo’s. Het werd er bijna gezellig.
En toen kreeg Iran het woord. De geachte afgevaardigde vertelde hoe hoog de verwachtingen van Iran waren geweest dat er overeenstemming zou worden bereikt over het wapenhandelverdrag, met zijn nobele humanitaire doel om menselijk leed te voorkomen. Leed dat door illegale wapenhandel werd veroorzaakt. Maar er waren helaas tal van onvolkomenheden in de tekst. Zo stond er niets in het huidige ontwerp over agressie door staten, die het leven van duizenden mensen kost, en zweeg deze tekst ook over het onvervreemdbare recht tot zelfbeschikking van volkeren onder buitenlandse bezetting, terwijl het recht van burgers om wapens te bezitten wel werd beschermd vanwege de eisen van een bepaalde staat.
Iran en Noord Korea maken bezwaar
Iran speelde een politiek spel op hoog niveau dat weinig met de doelstellingen van het wapenhandelverdrag te maken had. Het viel hiermee de VS en Israël aan, maar ook andere staten: het verdrag zou alleen de rechten van exporterende landen beschermen, vond Iran, en het recht van landen die wapens importeren voor hun zelfverdediging zou hierin niet worden vastgelegd. Kortom, zei de Iraanse gedelegeerde, we maken bezwaar tegen dit wapenhandelverdrag. Er is geen consensus. Op dat moment leek het alsof er een opgeblazen ballon leegliep in de zaal. Geen consensus betekent geen verdrag, wist iedereen. Maar Woolcott bleef koel en gaf het woord aan Noord-Korea, dat meteen van wal stak: Noord-Korea maakte bezwaar tegen de aanvaarding van de ontwerptekst omdat die niet gebalanceerd is, heel gevoelig vanuit het oogpunt van veiligheid, en omdat hij politiek kan worden misbruikt.
Vooral de artikelen over wapenembargo’s en teksten over mensenrechten bevielen het land niet. De legitieme wapenhandel van tal van landen zou hierdoor worden ondermijnd, en hun roep is niet in dit verdrag weerspiegeld. We wilden onze tassen al gaan inpakken, maar opnieuw deed Woolcott of zijn neus bloedde en gaf het woord aan de Syrische diplomaat die zijn bordje rechtop had gezet ten teken dat hij het woord vroeg. Er ging een schamper gejuich op in onze zaal. We hadden het kunnen weten. Ook de afgevaardigde van Syrië liet weten op zoek te zijn naar oplossingen om de illegale wapenhandel onder controle te krijgen. ‘Mijn land lijdt onder deze bloedige handel,’ zo zei Syrië. Het was dan ook betreurenswaardig dat de tekst van het verdrag geen wapenexporten naar terroristen verbiedt, terwijl dat volgens de diplomaat toch de oorzaak van het leed in Syrië is. Er stond ook niets in het verdrag over het onvervreemdbare recht van volkeren onder buitenlandse bezetting enzovoort terwijl Israël nog steeds de Syrische Golan, Palestina en Libanon bezet.
Syrië heeft ‘meer tijd’ nodig
‘We hebben meer tijd nodig voor een gebalanceerd wapenhandelverdrag waarmee we de internationale vrede en veiligheid kunnen bewaren,’ zo sprak de Syrische diplomaat, en ik zou bijna zweren dat ik een traan in zijn ooghoek zag glinsteren. ‘Meer tijd’ kenden we natuurlijk nog van juli 2012, toen de conferentie zonder resultaat eindigde omdat de VS ‘meer tijd’ vroeg. Goed bedacht. Geen consensus, dus.
Daar had het kunnen eindigen, maar de voorzitter zei doodleuk: Ik heb goed geluisterd, en ik heb wel bezwaren gehoord, maar ik heb niet gehoord dat delegaties het verdrag niet willen aannemen. Als staten het verdrag niet willen moeten ze dat kristalhelder verklaren. Mag ik aannemen dat de conferentie de tekst aanneemt? Waarop Iran, Noord-Korea en Syrie met hun bordjes zwaaiden, en Woolcott de vergadering schorste voor overleg.
Geen Internationaal Wapenhandelverdrag
Het werd later en later, en terwijl we de videobeelden uit de conferentiezaal probeerden te duiden (wie praat met wie en waarover is een populair tijdverdrijf in dergelijke gevallen) en op zoek gingen naar steeds schaarser wordend voedsel in het gebouw namen de speculaties over de afloop toe. Dat deze staten bakzeil zouden halen lag niet voor de hand. De mannen van het Vaticaan dachten dat ze de vergadering misschien wel zouden verlaten. Anderen dachten aan een beweging van Woolcott om de dwarsliggers te paaien. Veel hoop op een verdrag was er niet meer.
Toen de vergadering werd hervat spraken de drie delegaties opnieuw uit dat er geen consensus was, en dat ze inderdaad ‘kristalhelder’ verklaarden dat dit betekende: geen Internationaal Wapenhandelverdrag. Het is opvallend hoe goed deze landen de weg weten in het internationale recht, zoals Syrië, dat verwees naar een juridische opinie van de WHO uit 1987 over de betekenis van consensus: Als landen bezwaar maken is er geen consensus. Het leek me eerlijk gezegd wel logisch, maar logica is niet de enige factor van betekenis op zo’n moment.
‘VN slachtoffer van eigen regels’
Redelijkheid vroeg ook om aandacht, en wel door Mexico, dat zich deze conferentie actief opstelde om mensenrechten in het wapenhandelverdrag te verankeren. Mexico vond dat de bezwaren van de drie landen in het verslag moesten worden opgenomen, maar zei dat het feit dat er een overweldigende meerderheid van landen het verdrag wilde aannemen de doorslag moest geven. Het voerde ook aan dat er geen definitie van consensus was. Daarop ontspon zich een langdurige discussie over consensus, waarbij de staten die dit verdrag niet omarmden strikter in de leer bleken dan de voorstanders. Uiteindelijk waren de woorden van Liberia mischien wel de meest wijze. ‘Dit is geen academische exercitie’, zei Liberia, het land dat als geen ander weet wat ongereguleerde wapenhandel kan aanrichten: ‘Het Internationaal Wapenhandelverdrag is geen instrument om oude politieke kwesties op te lossen. Vandaag is een trieste dag voor de slachtoffers van gewapend geweld. Het is een trieste dag voor de VN, dat een slachtoffer is geworden van zijn eigen regels. Maar laten we de regels volgen.’
Verdrag zo snel mogelijk in stemming brengen
Kenia kondigde namens een groep landen (waaronder de VS en Groot-Brittannië aan dat ze de secretaris-generaal van de VN zouden vragen het verdrag zo snel mogelijk in stemming te brengen tijdens de huidige zitting van de Algemene Vergadering. Ook Nederland sloot zich bij die oproep aan. Zo snel mogelijk zou al na Pasen kunnen zijn, en de verwachting is dat de vereiste 2/3 meerderheid dan makkelijk bereikt zal worden. Het eerste internationale wapenhandelverdrag uit de geschiedenis gaat er dus hoe dan ook komen, dacht iedereen. De Engelse diplomaat sprak optimistisch: ‘Het is een uitgesteld succes, maar een succes wordt het.’
En een groot aantal landen benadrukte nog eens hoe dringend noodzakelijk controle op de wapenhandel is, zoals Ivoorkust: ‘We hebben een tekst die nog niet perfect is, maar die wel de steun heeft van een overweldigende meerderheid van landen. Het wapenhandelverdrag zou een instrument kunnen zijn voor vrede en stabiliteit. Laten we niet met lege handen naar huis gaan.’ En ook Kenia drong aan op spoedige aanname: ‘De wereld heeft dit verdrag nodig om menselijk leed te bestrijden, ‘ zei Kenia. ‘We hebben een sterke tekst opgesteld. We hadden hem vandaag kunnen aannemen. De tijd voor het Internationale Wapenhandelverdrag is nu.’


Reacties