Menu

Nigeria1000

Nu geen half werk bij het schoonmaken van de Nigerdelta

De Nigeriaanse president Buhari verwacht zichtbare verbeteringen in de toestand van het milieu in Ogoniland, een deel van de Nigerdelta. Gisteren lanceerde de regering de start van een programma gericht op het uitvoeren van de aanbevelingen die het milieuprogramma van de VN (UNEP) al in 2011 deed.

Door Jeanet van der Woude, medewerker programma bedrijfsleven en mensenrechten  Lees verder

Amnesty Nederland maakt een selectie van blogs van Amnesty-medewerkers, experts, mensenrechtenverdedigers en gevangenen van over de hele wereld.
featured_jaarboek

Laat ons in godsnaam Gekke Gerritje zijn

Vandaag verschijnt ons Jaarboek. De boodschap daarvan is deprimerend. Dat sluit nauw aan bij het treurige gevoel dat veel mensen met mij zullen hebben als ze de krant lezen. Het is crisis. We hebben een humanitaire crisis in Syrië. Een vluchtelingencrisis in de omliggende regio, die zich uitbreidt naar Europa. Maar de meest pijnlijke crisis is wat mij betreft de leiderschapscrisis, die steeds zichtbaarder wordt.  

Door: Eduard Nazarski, directeur Amnesty International Nederland

Lees verder

(1953) is directeur van Amnesty International Nederland. Hiervoor werkte hij o.a. bij Vluchtelingenwerk Nederland. Hij woont in Utrecht.
136232_Bodo_Nigeria_titel

Het verschil dat € 76 miljoen compensatie van Shell maakt

Vanaf het moment dat twee enorme olielekken de levens van de mensen in het Nigeriaanse Bodo verwoestten, steunen Amnesty-activisten wereldwijd de strijd van de slachtoffers voor gerechtigheid.

Zes jaar later hebben we gewonnen: in januari betaalde Shell de gemeenschap € 76 miljoen als compensatie. We bezochten het gebied om uit te zoeken welke veranderingen het geld brengt en wat er verder moet gebeuren.

Lees verder

Amnesty Nederland maakt een selectie van blogs van Amnesty-medewerkers, experts, mensenrechtenverdedigers en gevangenen van over de hele wereld.
136226_Bodo_Nigeria_1000_400_px_WEB

Nigeriaanse gemeenschap wacht op schoonmaak olielekkage

De olie die de waterwegen vlakbij Bodo vervuilt is duidelijk te zien en te ruiken. Net als de verwoesting die de lekkages hebben veroorzaakt in het mangrovebos. Maar wat me het meeste choqueerde was de stilte van de plek.

Lees verder

Amnesty Nederland maakt een selectie van blogs van Amnesty-medewerkers, experts, mensenrechtenverdedigers en gevangenen van over de hele wereld.

Politieke druk op financiële sector om maatschappelijk verantwoord te ondernemen

Terwijl er op 10 december op initiatief van Amnesty International in heel Nederland tienduizenden brieven werden geschreven voor gewetensgevangenen, vond er in de Tweede Kamer een interessante ontwikkeling plaats. 

Door Jeanet van der Woude, medewerker politieke zaken bij Amnesty International

Minister Dijsselbloem kondigde tijdens een debat over duurzaam bankieren wetgeving aan als de financiële sector binnen twee jaar geen serieuze stappen zet op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Krachtige taal, die op dit beleidsterrein vaak ontbreekt. Minister Ploumen had op 1 december al een voorzet gegeven bij de in ontvangst name van het rapport ‘5 Jaar Eerlijke Bankwijzer’. Zij stelde binnen twee jaar een convenant over maatschappelijk verantwoord ondernemen in de Nederlandse bankensector te willen, met afspraken over zaken als transparantie en duurzame investeringen.

eerlijke-bankwijzer_belastingontwijkingbeeld
‘Als banken maatschappelijk verantwoorde keuzes maken, heeft dat automatisch invloed op andere sectoren. Daarom is het zo belangrijk vaart te maken met dit convenant’, aldus de minister. Haar collega Dijsselbloem deed daar op 10 december dus nog een schepje bovenop door alvast wettelijke maatregelen aan te kondigen als het convenant niks oplevert.

Transparantie

Transparantie is één van de aspecten van maatschappelijk verantwoord ondernemen waarover duidelijke, en wat Amnesty International betreft, afdwingbare afspraken gemaakt moeten worden. Klanten van banken hebben nog altijd geen idee of hun (spaar)geld wordt geïnvesteerd in bedrijven die mensenrechten respecteren of mensenrechten schenden, omdat de meeste banken hier niet open over zijn. Een grote Kamermeerderheid riep de bankensector tijdens het debat op om transparanter te worden.

SP-Kamerlid Merkies hield een pleidooi voor het instellen van een informatierecht voor spaarders. Dit voorstel staat naast tien andere in de initiatiefnota over duurzaam bankieren, die Merkies op 10 december publiceerde. Hierin staat ook het voorstel om resultaten te tonen van dialogen die banken voeren met bedrijven waarin ze investeren.

Meetbare doelstellingen

Amnesty International deed eind 2013 op dit vlak aanbevelingen richting banken én verzekeraars naar aanleiding van een praktijkonderzoek naar delfstofwinnende bedrijven en mensenrechten in het kader van de Eerlijke Bank- en Verzekeringswijzer. Voorafgaand aan ‘engagement’ gesprekken om maatschappelijk onverantwoord ondernemen tegen te gaan, moeten banken en verzekeraars duidelijke, meetbare doelstellingen formuleren. Als deze niet worden gehaald, zou dit serieuze consequenties moeten hebben, zoals uitsluiting.

Bedrijven die mensenrechten (blijven) schenden, waaronder het recht van slachtoffers op effectieve genoegdoening, verdienen het niet om door de financiële sector gefaciliteerd te worden. De initiatiefnota verwijst bij de voorstellen een paar keer naar goede voorbeelden uit de verzekeringsbranche. Onderzoeken in het kader van de Eerlijke Verzekeringswijzer tonen echter aan dat er qua verzekeringsbeleggingen ook nog veel moet gebeuren om maatschappelijk onverantwoord ondernemen tegen te gaan.

Geen beperking

Amnesty International roept de regering daarom op om een MVO-convenant met de financiële sector, zo nodig gevolgd door wetgeving, niet te beperken tot de bankensector. Dat zou wel een zeer beperkte invulling van het begrip financiële sector zijn. Op de site van de rijksoverheid staat dat financiële instellingen ‘onder meer banken en verzekeraars’ zijn.

Amnesty roept de regering op om het tempo erin te houden richting de banken, en de aandacht te verbreden naar verzekeraars. Wij zijn graag van de partij als er over concrete invulling van convenanten of wetgeving gepraat gaat worden!

 

Amnesty Nederland maakt een selectie van blogs van Amnesty-medewerkers, experts, mensenrechtenverdedigers en gevangenen van over de hele wereld.

Terug naar Bhopal

Fotografenblik op een van de grootste milieurampen ooit

Raghu Rai was een van de eerste fotografen die de gevolgen van de gaslek van de pesticidenfabriek van Union Carbide in Bhopal, India, in 1984 vastlegde. Het gas vergiftigde meer dan een half miljoen mensen. De eerste drie dagen vielen er zo’n 10.000 doden. Sindsdien zijn nog vele duizenden een pijnlijke en langzame dood gestorven.

Dertig jaar later vroeg Amnesty International Raghu terug te gaan naar Bhopal om de gemeenschappen die in de schaduw van de in onbruik geraakte fabriek leven te fotograferen. Velen van hen worden nog steeds vergiftigd door chemicaliën die nog altijd vanuit de fabriek het grondwater instromen. Raghu doet verslag van zijn ervaringen in 1984 en nu.

Gastblog door Raghu Rai, New Delhi, 25 november 2014


Created with flickr slideshow.

Ik lag in mijn bed in Delhi toen India Today magazine mij middenin de nacht belde. Snel daarna belde het fotoagentschap Magnum. Het hield iedereen bezig: om middernacht was er een enorme gaslek geweest in de fabriek van Union Carbide in Bhopal. Er waren duizenden doden. Ik sliep niet en nam de eerstvolgende vlucht, die me om 8 uur ‘s morgens in Bhopal bracht.

Vanuit het vliegtuig stroomde een menigte journalisten de stad in. We renden naar ziekenhuizen, op zoek naar lijken. Later zou ik me daar schuldig over voelen, maar op het moment zelf kon ik niet nadenken, enkel fotograferen. Van het moment dat ik landde totdat het donker werd.

De stilte van de dood

De chaos bij het Hamidia-ziekenhuis was overweldigend. Ik had nog nooit zoiets gezien. Het was net of er zojuist een oorlog was afgelopen, of een aardbeving. De zieken werden naar binnen gebracht, de doden naar buiten. Overal renden mensen. Ik maakte overal foto’s van: opgeblazen lichamen, dode beesten die op straat lagen. Er heerste een vreemde stilte: de stilte van de dood.

Als journalist vermijd je emotionele betrokkenheid. Toch greep het me de hele tijd bij de keel. De slachting was zo groot, zo niet te bevatten. Ik concentreerde me op het vastleggen van de tragedie en de emotionele uitwerking daarvan. Huilende vrouwen die hun kinderen zochten. Ouders die hun kinderen zagen wegglijden in de dood.

Ik at niet, stopte niet totdat het licht verdween. Het was nu of nooit. Niemand wist wat ons de volgende dag zou wachten. Ik bleef nog drie dagen. Er kwam geen einde aan, maar hoeveel zieken en doden kun je fotograferen?

De schaal van de ramp

Het maakte niet uit hoeveel foto’s ik maakte; de schaal van de ramp was niet vast te leggen. Je voelt altijd dat je tekortschiet omdat je slechts fragmentarische momentopnamen maakt, waarbij wat er links of rechts van je beeld gebeurt en wat je meemaakt op dat moment verloren gaat. Toen ik aan het eind van de dag mijn foto’s bekeek, zag ik een enorme verzameling expressie en intensiteit. Toch dacht ik nog steeds: ‘O mijn god, het was zo immens en ik heb er alleen maar dit van kunnen vastleggen.’

Een paar maanden later ging ik terug. Een jaar daarna weer. En ik keerde nog zo’n twaalf tot veertien keer terug. Later slaagde ik erin dieper te graven en meer te ontdekken over de ramp en het lijden.
Elke reis was er een ander verhaal. Zo was ik geschokt dat er onderzoek was gedaan naar het gas, maar dat er geen behandeling en tegengif waren gevonden omdat Union Carbide de samenstelling van het gas geheim hield.

Het kon niemand iets schelen

India is een land waar alles kan én een land waar het zo chaotisch is dat er niets kan. Jaren na de ramp was er het gevoel dat het niemand iets kon schelen. Ik had niet het gevoel dat er werd omgekeken naar mensen die nog steeds leden. Er was geen collectieve inspanning om de levens van deze mensen te verbeteren.

Het was frustrerend om telkens weer deze reportages te maken. Het was als met je hoofd tegen een muur slaan. Alsof het niemand iets kan schelen, zelfs de ministers niet. Ze vroegen me ‘Waarom rakel je dat weer op, deze mensen zijn toch al dood?’ Zij begrepen niet dat degenen die het gas inademden en overleefden nog erger af waren. Zij stierven een langzame dood. De politici wilden het niet geloven. En ze bekommerden zich niet om de verschoppelingen der aarde.

Toch slaagden mensen er ondanks alle chaos en problemen in hun leven te leiden. Ze accepteerden het, maar je ziet de vermoeidheid op hun gezichten. Zij zullen nooit een gelukkig leven kunnen leiden.

Nog steeds gevaarlijk

De fabriek staat er weg te rotten en roesten, maar overal eromheen is vers bladgroen. Het is wonderbaarlijk groen en kleurrijk. Kinderen spelen er en mensen laten er hun dieren grazen. Ik zie een laagje stof en grijp ernaar. De bewaker houdt me tegen. Het schokt me dat er dertig jaar later nog steeds mogelijk gevaarlijk materiaal ligt. Je zou hopen dat de overheid ingreep. Maar India is een land waar alles kan, en waar niets kan.

Vraag de Indiase autoriteiten om gerechtigheid voor de slachtoffers: schrijf een brief.

Amnesty Nederland maakt een selectie van blogs van Amnesty-medewerkers, experts, mensenrechtenverdedigers en gevangenen van over de hele wereld.

Shell betrapt met smoking gun

Blijven ontkennen dat je fout zit is een beproefde strategie. Rusland doet het (‘Er zijn geen Russische tanks in Oekraïne’), Ethiopië doet het (‘Wij schenden geen mensenrechten’), de FIFA doet het (‘Er is geen corruptie’) en ook Shell zet de ontkenning stelselmatig in: ‘De vervuiling in de Nigerdelta is niet onze schuld. Dat komt door oliediefstal en sabotage. En met onze pijpleidingen is niets aan de hand.’

 Cecilia Teela searching the oil-covered shore of Bodo creek.  © AI

Cecilia Teela searching the oil-covered shore of Bodo creek. © AI

Maar deze week werkte dat alles niet meer. In een rechtszaak van de gedupeerde bewoners van Bodo tegen Shell bleek dat het oliebedrijf al jarenlang wist dat de pijpleidingen in de Nigerdelta er slecht aan toe waren. De levensduur van de meeste van de leidingen is vrijwel ten einde, stond in een memo uit 2002, en de opsteller waarschuwde destijds al voor het aanzienlijke risico op schade. In september 2006, twee jaar voor de lekkages in Bodo, sprak managing director Basil Omiyi van SPDC (de Nigeriaanse tak van Shell) zijn grote zorg uit over deze leidingen. En drie jaar later waarschuwde een medewerker van Shell dat er al ruim 15 jaar geen onderhoud meer was gepleegd aan de leidingen in Ogoniland.

Achterstallig onderhoud blijkt dus ook volgens Shell-medewerkers een veel grotere rol te spelen bij lekkages dan Shell publiekelijk wil toegeven. Ook moest het bedrijf toegeven dat er na twee breuken in de oude leidingen veel meer olie was weggelekt dan tot dusver publiekelijk werd volgehouden.

Dat had Shell wat ons betreft al veel eerder kunnen toegeven, want uit onderzoek van het onafhankelijke ingenieursbureau Accufacts bleek twee jaar geleden al dat er in Bodo niet een paar duizend, maar minimaal 100.000 vaten zijn weggelekt.

Last but not least is de conclusie bij deze rechtszaak dat de manier waarop onderzoeksrapporten van lekkages worden opgemaakt niet betrouwbaar zijn. Accufacts (dat ook door Shell wordt geprezen vanwege zijn expertise en onafhankelijkheid) noemde veel officiële rapporten ‘technisch onvolledig subjectief, misleidend en soms regelrecht vals.’ Ze leken soms ‘een andere agenda te dienen (…) en meer over politiek te gaan dan over forensisch wetenschappelijk onderzoek naar de pijpleidingen.’ Daarmee wordt al het onderzoek naar lekkages in de Nigerdelta onbetrouwbaar, en zouden alle compensatieregelingen opnieuw bekeken moeten worden.

We hebben het al vaker vastgesteld: Oliemaatschappijen hebben teveel invloed op de vaststelling van de oorzaak en de omvang van lekkages. Ook Amnesty constateerde al eens dat officiële documenten worden gemanipuleerd. De oorzaak van lekken wordt soms achteraf door de oliemaatschappij vastgesteld, en gek genoeg blijkt slecht onderhoud dan ineens geen rol meer te spelen. Het toezicht op dit proces is ontoereikend. Het systeem faalt volledig. Het is eigenlijk oud nieuws, maar door de PR-strategieën van Shell moet het steeds opnieuw verteld worden. Nieuw is wel dat Shell ditmaal in een rechtszaal betrapt is met een smoking gun. Ontkennen is nu geen optie meer.

(1957) is senior medewerker Politieke Zaken bij Amnesty International Nederland. Zij was als lobbyist betrokken bij de VN-top in New York over het Internationale Wapenhandelverdrag. Hiervoor was zij senior persvoorlichter en woordvoerder bij Amnesty. Eerder werkte ze als journalist voor onderzoeks- en actualiteitenprogramma’s van de KRO TV.

Shell: 92.000 werknemers maar niemand heeft tijd voor debat Nigerdelta

Op 1 november organiseert de Foundation Max van der Stoel (FMS) de Afrikadag. Op deze dag spreken vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, de politiek en het bedrijfsleven onder andere over olievervuiling en mensenrechtenschendingen in de Nigerdelta.

Jeanet van der Woude

Bodo, Nigerdelta © Amnesty International

Bodo, Nigerdelta © Amnesty International

Helaas is in bovenstaande alinea ‘het bedrijfsleven’ doorgestreept. Dat zit als volgt. Shell gaf aan dat de deelname van president-directeur Dick Benschop als PvdA-man op zich logisch was geweest, maar dat hij helaas niet beschikbaar was. Dat kan natuurlijk gebeuren, de agenda van de baas van Shell is ongetwijfeld meer dan goed gevuld. Dat vervolgens niemand van Shell in staat bleek om bij het debat aanwezig te zijn, is minder logisch. Wereldwijd heeft het bedrijf 92.000 werknemers. Eén van die mensen zou toch genoeg moeten weten over de problematiek in de Nigerdelta? En die persoon kan de olieboor op 1 november toch wel een dagje vrij gunnen om de reis naar Amsterdam te maken?

Wellicht is er een andere reden dat niemand kan deelnemen. Misschien is er weinig nieuws te melden? Amnesty International publiceerde begin augustus een briefing met een stand van zaken wat betreft de implementatie van VN-aanbevelingen uit 2011 aan de Nigeriaanse regering en Shell. De veelzeggende titel luidt: No Progress. Dit is overigens niet het vertrekpunt van de bijeenkomst op de Afrikadag. Er zijn namelijk interessante ontwikkelingen –  of er ook vooruitgang is, laten we nog even in het midden.

In Bodo loopt op initiatief van de Nederlandse regering een bemiddelingstraject tussen de lokale gemeenschap en Shell om de gigantische olievervuiling opgeruimd te krijgen. En dan ook echt opgeruimd, dus volgens internationale standaarden. Bert Ronhaar, die dit proces leidt, is als spreker aanwezig. Daarnaast is er sinds kort sprake van een multistakeholderproces gericht op implementatie van de VN-aanbevelingen uit 2011. Environmental Rights Action en Amnesty gaan in op wat de Nederlandse regering zou moeten doen om van dit proces een succes te maken. Hoe PvdA-Kamerlid Jan Vos aankijkt tegen de toekomstige Nederlandse inzet zal op 1 november duidelijk worden. De discussie, ook met het publiek, beoogt sturend te zijn voor de Nigerdelta-agenda van minister Ploumen, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. In die zin heeft het misschien voordelen dat Shell er niet bij is.

 

Amnesty Nederland maakt een selectie van blogs van Amnesty-medewerkers, experts, mensenrechtenverdedigers en gevangenen van over de hele wereld.

Turkije, geen democratische rechtsstaat

Er zijn vele soorten Turkije, zo bleek tijdens ons bezoek aan Istanbul. Het ligt vooral aan je eigen wereldbeeld welke werkelijkheid je ziet. De één ziet vooral economische vooruitgang en een land waar het leven van talloze Turken de afgelopen decennia onnoemelijk is verbeterd. Deze gesprekspartner wijst er op dat iedereen nu toegang tot onderwijs heeft en dat de gezondheidszorg verbeterd is. Het zakenleven ziet de onrust in Turkije als ‘rimpelingen in de ontwikkeling’ en heeft voldoende vertrouwen in de Turkse democratie dat het wel goed komt. 

Amnesty bezoekt advocaat Ahmet Erdogan

Andere mensen die wij spraken, onder wie journalisten, advocaten, een gerenommeerd wetenschapper en mensenrechtenactivisten spreken echter van repressie, willekeur en rechteloosheid. Het woord politiestaat valt ook regelmatig in onze gesprekken, en dat is niet vreemd als je ziet hoezeer de politie de vrije hand krijgt om protest de kop in te drukken, en hoe weinig verantwoording ze hoeven af te leggen voor het gepleegde geweld. Het is ook niet vreemd als je hoort hoe beperkt de publieke ruimte is geworden. De protesten over het Gezi-park gaan voor mijn gevoel vooral daarover.

Burgers hebben weinig invloed op de inrichting van hun land, en hun kritiek op willekeur en machtsmisbruik wordt gesmoord. Kritische  journalisten hebben de keuze tussen zelfcensuur of ontslag. Buitenlandse journalisten hebben het gevoel te worden afgeluisterd en gevolgd. Correspondente Jessica Maas, die al zes jaar in Turkije woont, vraagt zich de laatste tijd af of ze haar kinderen in een politiestaat wil laten opgroeien, zo vertelde ze mij. Uit diplomatieke kringen hoorde ik dat er ook zorgen zijn over de activiteiten van de geheime dienst.

Advocaten, journalisten en activisten gedwarsboomd

Ngo’s hebben te maken met wet- en regelgeving die hun werk bemoeilijkt. Zij moeten rekening houden met plotse politiecontroles en hoge boetes. Advocaten roeien met de riemen die ze hebben, maar merken dat de politie van hogerhand wordt beschermd. Zo vertelde de advocaat van Ali Ismail Korkmaz dat agenten in strijd met de wet handelen, gegevens vervalsen, getuigen intimideren en bewijs vernietigen. Ze proberen demonstranten uit het ziekenhuis te halen om op het politiebureau verklaringen te laten afleggen, zodat ze beschuldigd kunnen worden van lidmaatschap van een criminele organisatie. Dat is verboden, dus op papier is het op orde, maar ze doen het toch.

In het geval van Korkmaz probeert de politie zijn vrienden van de moord te beschuldigen. Dat alles wordt toegedekt door de gouverneur, de plaatselijke politiechefs en andere hoge functionarissen. Het gevecht van de advocaat is eigenlijk een strijd tegen machtsmisbruik en rechteloosheid.

‘Past niet in democratische rechtsstaat’

Turkije is zeker geen China, maar de manier waarop de politie straffeloos geweld gebruikt, de wijze waarop de vrijheden van meningsuiting en van vereniging worden geschonden en de inmenging in juridische processen vormen een bedenkelijk patroon. Gelukkig maakt minister Ploumen duidelijk dat ze zich zorgen maakt over de situatie in Turkije. ‘Wat er nu gebeurt, past niet in een democratische rechtsstaat,’ zei ze tegen BNR. ‘Het verbieden van Twitter hoort daar bijvoorbeeld niet bij. Het heeft mogelijk ook implicaties voor het ondernemersklimaat.’ Hopelijk bespreekt ze deze zorgen (en onze andere zorgen) ook zonder terughoudendheid met de Turkse regering. Want internationale druk helpt. Zoveel hebben de Turkse gesprekspartners ons wel duidelijk gemaakt, en daarom voert Amnesty ook campagne.

 

(1957) is senior medewerker Politieke Zaken bij Amnesty International Nederland. Zij was als lobbyist betrokken bij de VN-top in New York over het Internationale Wapenhandelverdrag. Hiervoor was zij senior persvoorlichter en woordvoerder bij Amnesty. Eerder werkte ze als journalist voor onderzoeks- en actualiteitenprogramma’s van de KRO TV.

Burden of proof: Niger Delta communities learn the ropes of oil spill monitoring

“People are dying silently. The oil companies bring sickness to our communities”, a man from a polluted community in Nigeria’s Bayelsa state told us.

By Joe Westby, Corporate Campaigner, Amnesty International; and Onyekachi Okoro, Media for Justice Programme, Centre for Environment, Human Rights and Development (CEHRD) 

But when it comes to oil spills in the Niger Delta, it’s not what you’ve suffered or what you know; it’s what you can prove.

This simple fact has hampered communities from obtaining justice, even when their lives have been turned upside down by pollution. Because the oil companies have significant control over determining vital data about oil spills, the affected communities lack reliable and impartial information, meaning they can’t effectively tell their side of the story.

In the past week we’ve been trying to change that dynamic. We’re in Port Harcourt, where we’ve been running workshops for a group of 60 men and women from communities in Rivers and Bayelsa States on how to effectively monitor oil spills themselves. They come from far and wide across the Niger Delta, and among them are a chief, families, and a young girl. When they return to their communities, we want to ensure that when an oil spill occurs, they can gather the evidence they need to be able to claim their right to redress.

nigeria-bodo-oil-spill 03.08.12Photos and videos indicating the cause of a spill, the amount of oil spilt, and the area affected are crucial elements of this evidence. This information is often incorrectly recorded during the official investigation process, due to, amongst other things, the fact that the companies themselves are the primary investigators and serious weaknesses in some of the technical processes.   

Participants at the workshop also had an opportunity to share their experiences of living with pollution.

They described how oil completely destroys the environment that they rely on for their food, water and livelihoods. Over lunch we all ate spicy jollof rice or local soup with garri – but the community monitors often eat fish or yam that leave the acrid aftertaste of petroleum in their mouths. Their crops are ruined and they have to travel much further to fish. People collect rainwater to drink, but they say that even this is discoloured and contaminated.

Women attending the workshop described how they are particularly affected by pollution. For example, they are often the first to suffer the impacts of a spill because their livelihoods tend to rely more on their immediate surroundings. Despite this, women are usually excluded from the investigation and compensation processes.

Many of the participants blame the persistent spills in the Niger Delta on the oil industry’s failure to properly maintain and secure the pipelines and other infrastructure. Gloria, a woman from Ogoniland, told us how “Shell pipelines run over land near my house. Those pipes are older than I am.  Last year there were a number of spills from the same point on the pipes.”

The training workshops alone will not address the systemic problems that underpin the human rights and environmental catastrophe in the Niger Delta. But good data and video footage can prevent companies from underestimating the size of oil spills or falsely blaming spills on third parties, and this could have major implications for whether or not a community receives compensation or a site is properly cleaned up.

Furthermore, such information will also help Amnesty International and CEHRD to continue to counteract the oil companies’ public narrative about theiroperations in the Niger Delta – particularly the claim that the vast majority of oil spilled in the region is caused by third-party activities. Although sabotage and theft are a serious problem, this claim entirely lackscredibility.  Many spills are caused by old and inadequately maintained pipes and wellheads.

We know from experience that independent monitoring can work. For example, in 2012 we exposed how a massive 2008 spill at Bodo was far larger than Shell’s official estimate, simply by giving a video of the spill – taken by the community – to an oil pipeline expert in the USA for analysis. The data is being used by the Bodo community for an ongoing legal case in the UK.

The community monitors who have attended the workshops will not have an easy task, and throughout the training we emphasized that safety and security – theirs and others’ – is paramount. Oil company contractors frequently cordon off oil spill sites to restrict access. The military Joint Task Force, who we regularly see patrolling the region in jeeps, armed with assault rifles, may well try to curtail the monitoring activities or seize the information. The training also emphasizes documentation without interference at the spill site.

Amnesty International and CEHRD will make sure the companies and government know that we are watching them closely and will strongly protest any efforts to prevent community monitoring of oil spills.

In this context, knowledge is power – as long as it is backed up by evidence. Men and women living in the Niger Delta should feel empowered to challenge the oil industry and demand justice.

Amnesty Nederland maakt een selectie van blogs van Amnesty-medewerkers, experts, mensenrechtenverdedigers en gevangenen van over de hele wereld.