We zijn nog lang niet klaar
Op dag drie gaan we de sloppenwijken in. Onze groep trekt veel bekijks. Dotan loopt bijna continu hand in hand met twee kinderen. Veel mensen hebben hem zien optreden tijdens het Bundu Shooting Memorial Concert. Er melden zich diverse zelfverklaarde fans. Een jonge zanger komt kennismaken en geeft een rap ten beste waarin alle mensenrechtenaspecten van het leven in de sloppen terugkomen.
Dotan is geschokt door de armoede, het afval en vooral de slechte huisvesting. Maar hij merkt ook de kracht van mensen op. De buurtbewoners die samen waterputten aanleggen, of palen planten voor elektriciteit. Die heilig geloven in onderwijs als de weg naar een betere toekomst voor hun kinderen.
De mensen zeggen trots te zijn op de campagne People Live Here. Als je van het vliegveld de stad nadert, torent een kolossale poster boven de stad uit, met daarop een prachtige foto van een oude sloppenbewoner. People Live Here. Join Our Campaign, Transform the City. De campagne heeft een constructieve boodschap. Men hoopt de overheid te overreden met de bewoners in gesprek te gaan. De consternatie is dan ook groot als het billboard op dinsdag plots verdwenen is. Had de gouverneur zich eraan gestoord? Of was het gewoon dubbel geboekt en is de macht van Unilever nu eenmaal groter dan die van de sloppenbewoners? Het laatste lijkt het geval.
Gelukkig rijden de beplakte bussen nog rond. Vanuit de hotelkamer op 8-hoog zie je ze kruipen door de stad beneden. Niet te missen door het van Amnesty geleende zwart-geel. Twee dagen al zijn we op zoek naar de bus met Dotans foto. Uiteindelijk vinden we hem, met pech langs de kant. Zoals een Nigeriaanse partner met enige spot zegt: sommige bussen worden door onze posters bij elkaar gehouden.
De lokale campagne wordt gesteund met geld van de Postcodeloterij. Voor voorlichting wordt gebruik gemaakt van een opblaasbare mobiele bioscoop. Op maandagavond zijn we bij een vertoning in een van de sloppenwijken. Men kijkt naar Nigeriaans materiaal van Slum Stories: onze website met filmpjes uit sloppen over de hele wereld. Als men beelden ziet van bekenden in de wijk gaat er, ondanks de ernst van de getoonde situatie, een luid gejoel op.
De opblaasbare installatie staat in een wip. De bezoekende delegatie uit de Keniaanse sloppen vertelt dat ze hem in Nairobi niet zouden kunnen gebruiken. Er is daar altijd wel een onverlaat die hem zou leksteken. Gewoon om te kijken wat er gebeurt. In Port Harcourt is dat soort vandalisme geen issue: de cinema is van henzelf. Die maak je niet kapot.
Na vier dagen zijn we geïnspireerd, maar ook gesloopt. Het bezoek was hard werken. Tot diep in de nacht werd er gemusiceerd, gemonteerd, geblogd, foto’s ge-upload. De Nigerianen die ons helpen leveren fantastisch werk, maar desondanks stelt het programma ons continue voor verrassingen. Het klimaat is zwaar. Niet zo gek dat we allemaal wat ziekig in het vliegtuig stappen. Dotan moet zelfs meerdere malen overgeven. Gelukkig leggen de stewardessen hem in de watten.
Michael, de Nigeriaanse spin in het web, zegt bij het afscheid tegen Dotan: ‘Ik heb het gevoel dat dit pas het begin is.’ Dat gevoel hebben wij allemaal. Het bezoek heeft iets in gang gezet: zowel bij de mensen daar als bij Dotan zelf, en ook bij Amnesty. We zijn nog niet klaar, en nog lang niet van elkaar af.





Reacties