Strafhof kent ook fans in Afrika

Het was even schrikken voor het Internationaal Strafhof (ICC) in oktober. Burundi‚ Gambia en Zuid-Afrika kondigden aan hun lidmaatschap van het hof op te zeggen. Eerder al hadden Afrikaanse leiders zich laatdunkend uitgelaten over het hof. De Ugandese president Yoweri Museveni noemde het ICC in juli ‘een groep waardeloze mensen’. En de Gambiaanse president Yahya Jammeh sprak van het ‘Infamous Caucasian Court’‚ het schandelijke blanke hof. Om maar aan te geven hoe bevooroordeeld het hof was‚ dat tot nu toe alleen processen tegen Afrikanen heeft gevoerd.

Begin deze eeuw wekte het hof nog veel enthousiasme in Afrika. Twintig Afrikaanse landen behoren tot de oprichters van het hof‚ dat nu 34 Afrikaanse leden telt onder de 124 lidstaten. In 2004 toonde ook president Museveni zich nog verguld met het hof‚ toen hij met toenmalig hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo de eerste arrestatiebevelen van het ICC aankondigde‚ tegen leiders van het Verzetsleger van de Heer (LRA)‚ een ultrawrede rebellengroep in Noord-Oeganda.

Wrevel
Het arrestatiebevel tegen de Sudanese president Al-Bashir in 2009‚ wegens genocide in de regio Darfur‚ veroorzaakte de eerste wrevel. Al-Bashir bezocht daarna probleemloos een aantal ICC-lidstaten in Afrika‚ hoewel die hem gezien het statuut hadden moeten arresteren. Zo deed hij Zuid-Afrika aan in 2015‚ wat tot internationale kritiek leidde en een veroordeling door de High Court in eigen land. Het verklaart Zuid-Afrika’s vertrek uit het hof: president Jacob Zuma vindt dat staatshoofden immuniteit moeten genieten. Autocratische leiders zoals Museveni zijn dat met hem eens.

Is nu de steun in Afrika aan het wegebben? Nou‚ nee. De lidstaten Senegal‚ Tanzania‚ Botswana en Nigeria spraken recentelijk hun ‘blijvende en onwrikbare steun’ (Nigeria) voor het hof uit‚ onder meer tijdens de vergadering van ICC-lidstaten‚ half november in Den Haag. De bevolking in Noord-Uganda‚ ooit tegenstander van het hof omdat de LRA-arrestatiebevelen de burgeroorlog zouden verlengen‚ lijkt nu achter het proces te staan tegen LRA-leider Dominic Ongwen‚ dat op 6 december zou beginnen. Dat blijkt ook uit de vele erkende Ugandese slachtoffers (4.115) die meedoen aan het proces.

Niet het enige doelwit
Intussen is het hof begin dit jaar een onderzoek gestart in Georgië‚ naar de oorlog in 2008 met de afgescheiden regio Zuid-Ossetië‚ en heeft het vooronderzoeken lopen in Afghanistan‚ Colombia‚ Irak‚ Palestina en Oekraïne – wat laat zien dat Afrika echt niet het enige doelwit is.

Het is mogelijk dat de stappen van Gambia‚ Zuid-Afrika en Burundi het Strafhof zelfs versterkten: het bracht andere Afrikaanse leiders er immers toe hun steun aan het hof te benadrukken. Het zelfbewustzijn van het ICC lijkt er in elk geval niet door geschaad. ‘Zelfs als de helft van de Afrikaanse lidstaten vertrekt‚ zou dat niet het einde betekenen van het hof’‚ zei een anonieme ICC-functionaris tegenover Reuters. ‘Zoiets kun je verwachten als dictators – want dat zijn de meeste critici – hun hachje willen redden.’

Over de auteur

Marnix de Bruyne (1965) is redacteur van mensenrechtenmagazine Wordt Vervolgd, een uitgave van Amnesty International. Eerder was hij correspondent in Zuid-Afrika voor Het Parool in (1999-2000) en redacteur Afrika bij de Volkskrant (2003-2011). Voor die krant schreef hij over het Sierra Leone-tribunaal en de eerste rechtszaken van het Internationaal Strafhof. In 2010 publiceerde De Bruyne 'Het land van Soekmekaar', over de worstelingen van het dorp Soekmekaar met het nieuwe Zuid-Afrika, vooral met de landhervorming. In het voorjaar van 2016 verschijnt zijn boek 'We moeten gaan', over Nederlandse boeren in Zimbabwe.
Andere bijdragen door

06

12 2016

Your Comment


Over De Zaak

Weblog over lopende rechtszaken bij de internationale tribunalen en hoven.

De zaak… draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).